Zoeken


 
In zijn jonge jaren was Pim Oets een liefhebber van fifties-muziek. Vooral Buddy Holly zag hij helemaal zitten. Wat later werd Pim popjournalist. Eerst bij Hitweek, later bij het Vrije Volk. In tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s in die tijd hield Pim er van scherpe vragen te stellen. Bovendien had hij een hekel aan veel hit-artiesten die er in zijn ogen alleen maar op uit waren om commercieel te zijn. Pim kon nog wel eens venijnig uit de hoek komen.
   In Popsmuk, gebaseerd op zijn artikelen in het Vrije Volk, nam hij de Schotse groep Middle of the Road onder de loupe. Dat was zeker niet zijn favoriete muziek maakte hij onomwonden duidelijk. Tijdens een ritje door Engeland (1971, in een goedkope rode ‘eend’) hoorde Pim de hit ‘Tweedle Dee, Tweedle Dum’.
   “Mooi in de zin van platen als ‘The Notorious Byrds Brothers’ viel het liedje niet te noemen. Toch zette ik de radio harder. Dat zat hem waarschijnlijk in het tot het perverse doorgevoerde Arbeidsvitaminen-geluid, waarin de ijskoude en wat neuzige stem van de zangeres, de monotone doordenderende dreun en de stupide tekst. Bij elkaar leverde dat het soort ontroering op dat je óók aangrijpt bij het bezichtigen van een wel buitengewoon lelijk en overbodig voorwerp van plastic in een bazar”.

De naam van de groep bevestigde in zijn ogen het gebrek aan kwaliteit van de muziek. “Die opereert onder de naam Middle of the Road. Het gebruik van die naam is sarkasme van hoog kaliber. Daarmee wordt de meest afgrijselijke teringmuziek in Amerika aangeduid”. Het succes was dan ook navenant. “Middle of the Road is de eerste popgroep sinds de Beatles waarvan in één jaar tijd meer dan vijf miljoen singletjes werden verkocht”. Tot zijn verdriet moest Pim constateren: “Het gaat maar door. Eind vorig jaar sloeg ‘Soley Soley’ alle voorgaande omzetcijfers, in januari volgde ‘Sacramento’, momenteel is ‘Samson & Delilah’ een geheide hit”.

Waarom zou je zo’n groep überhaupt willen interviewen? Was zijn opzet negatief?
  


Pim Oets, omslag Popsmuk

 

Sally Carr vertelt

 
Toen Middle of the Road voor een tv-optreden naar Nederland kwam greep Pim zijn kans. Een hele dag was hij van de partij. “Teeveestudio, kleedkamer, kantine, auto in auto uit, eten, naar Schiphol, daar wéér filmen en dan weg”.
   Sally Carr had zijn bijzondere aandacht. “Een klein blond, kittig zangeresje dat het midden houdt tussen Corry Konings (van de Rekels) en Willeke Alberti”.

Door een volle dag met het viertal op te trekken slaagde Pim erin Sally te laten vertellen wat hij omschreef als ‘haar succesverhaal’.
   “Ik heb altijd al gezongen. Toen ik van school af kwam ben ik kapster geworden in Glasgow. Op een dag was ik thuis. Ik was mijn bed aan het opmaken en er was een schilder bezig met de buitenkant van het huis. Je gelooft het niet. Als altijd liep ik te zingen. De schilder zei: ‘Weet je dat je een ontzettend goeie stem hebt!’ Dat had nog nooit iemand tegen me gezegd. Sindsdien wilde ik maar één ding: met zingen m’n brood verdienen”.
   In Glasgow was een orkestje opgericht. “Mijn broer, die er iemand van kende, zei dat ze mij eens als zangeres moesten proberen. Ik ging erheen en zong wat voor. We besloten het te gaan proberen. Eerst op avonden in het weekeinde, later als part-time job. Ik werkte toen nog maar een paar middagen als kapster”.
   Ze traden als Los Caracas op, met Zuid-Amerikaans repertoire. “Je kent het wel: ‘Sucu Sucu’, ‘La Bamba’, ‘Guantanamera’, ‘Girl from Ipanema’. We zwaaiden met maracca’s en samba-ballen en hadden van die nep-kostuums aan waarmee alle Latin-groepen in nachtclubs werken. We werkten hoofdzakelijk in cabarets en clubs in Schotland”.
   In 1970 veranderde Los Caracas zijn naam in Middle of the Road. “Onze drummer zei dat we ons zo moesten noemen. Het is de uitdrukking die ze in Amerika gebruiken voor het soort muziek waar iedereen naar luistert: niet te gedurfde of experimentele muziek, wat evergreens, hitparadenummers, gewoon rustige, plezierige muziek. Het is een een goeie naam, geloof ik”.
 


Middle of the Road, 1971

  

Italië

 
Tijdens hun verblijf in Rome werden ze ontdekt. De man die de Britse groep naar Italië haalde voor een aantal optredens bleek onbetrouwbaar. “Na vier weken verdween hij met het geld. Daar zaten we dan, zonder één penny. We hebben toen maar een huis gehuurd, even buiten Rome en zijn zelf op zoek naar werk gegaan. Het ging vrij gemakkelijk”.
   In Rome kwam de groep onder contract bij RCA. Een medewerker van het bedrijf (Giacomo Tosti?) ontdekte dat het Engelse liedje ‘Chirpy chirpy cheep cheep’ in sommige Europese landen goed verkocht. Hij zag wel brood in een cover voor de Italiaanse markt. “We namen het op en het was een klein succesje in Italië. Dat was in januari 1971. Maar daarna begon de single in België en de rest van Europa hard te lopen. Sindsdien zijn we aan één stuk door aan het reizen door Europa geweest”.
   Tosti produceerde de platen. De liedjes werden meestal geschreven door de broers Mario en Josy Capuano. Van Italianen mocht je niet verwachten dat ze ingewikkelde Engelse teksten schreven. Het waren simpele kreten. Om het vrolijke ritme, makkelijk mee te zingen woordjes en het aantrekkelijke voorkomen van Sally draaide het allemaal.
   “We nemen al onze platen in Rome op. De mensen in de studio kennen ons daar nou. Mario Capuano schrijft veel voor ons. Hij is een geweldige musicus die vibrafoon, orgel en mellotron speelt. ‘Soley soley’ heeft hij niet geschreven, maar gearrangeerd van een Spaanse song. ‘Soley’ is ook het enige nummer dat niet in Rome is opgenomen, maar in Madrid. We waren er om een Spaanse versie van ‘Chirpy’ op te nemen, en we moesten een nieuwe single maken. We hadden het uitgeschreven arrangement van Mario meegenomen en toen het lekker ging in die studio hebben we het daar maar gedaan”.
 


Giacomo Tosti (midden) met de broers Capuano

 

Succes

 
Oets praatte op een gunstig moment met Sally Carr. Het waren de hoogtijdagen van Middle of the Road. De zangeres stond in het middelpunt van de belangstelling. Zij was het gezicht van het viertal waarvan zoveel platen verkocht werden.
   Er bleek ook een schaduwkant te zijn. “We zijn nu aan één stuk door bezig met werken. We hebben nauwelijks een vrije dag. Optredens, interviews, radio, televisie, plaatopnamen. Het is nogal vermoeiend. Ik zal blij zijn als het januari is. Dan hebben we twee weken vakantie Ik ga dan naar Amerika om er rond te kijken. Ik ga daar eens op bezoek bij het hoofdkantoor van onze platenmaatschappij RCA. Om te zien wat ze doen met het geld dat ze dankzij ons verdienen. Ik heb altijd al naar Amerika gewild.
   Met Kerstmis [1972] zit ik thuis bij m’n ouders. Kalkoen eten. Het is een traditie die ik niet graag oversla. Ik heb tegen onze manager gezegd dat ik dan per sé thuis wil zijn. Hij heeft er met het maken van afspraken rekening mee gehouden. Ik heb er echt zin in om weer thuis te zijn. Eerste kerstdag gebruik ik om de hele dag uit te slapen. Dat weet ik nu al”.
   Zo leuk was het ook niet, het leven van een ster. “Ik vind het wel eens moeilijk hoor, de vrouw in een groep te zijn. De jongens zijn getrouwd. Ik ben nog alleen. Als we in een vreemde stad zijn kunnen zij gemakkelijker uitgaan dan ik. Ik zit vaak alleen in een hotelkamer. Dan word ik erg gedeprimeerd. Dan krijg ik heimwee. Dan wil ik naar m’n flat in Glasgow. Voor camera’s ben ik erg bang. In wezen ben ik erg verlegen, en nerveus. Kijk maar eens naar m’n nagels. Helemaal afgekloven”.
           
Oets wist Sally Carr steeds meer persoonlijke uitlatingen te ontlokken. Had de zangeres van ‘Sacramento’ ook grote ambities? Wilde ze bijvoorbeeld in haar eentje een vedette worden?
   “Daar geloof ik niet in. Ik heb de jongens erg hard nodig. Zonder hen zou ik me nog meer opgelaten voelen, denk ik. Wel zou ik op den duur het repertoire wat willen veranderen. Ik zou het liefst een avond lang ballads zingen. Iets in de stijl van Dusty Springfield. Vroeger deden we ‘I just don’t know what to do with myself’ van haar.
   Ik probeer ook wel eens songs te schrijven. Tot nu toe heb ik twee teksten geschreven. ‘To remind me’, de achterkant van ‘Soley Soley’ gaat over een jongen met wie ik een tijd ging. Het raakte uit. De tekst ging niet speciaal over hem, maar over hoe ik me toen voelde. Ik voelde me erg verlaten. Ik ben zelf ook erg ‘middle of the road’. Ik geloof in romantiek. Met bewegingen als Woman’s Lib (Dolle Mina’s) heb ik geen enkel contact.
   Het liefste wil ik trouwen. In het wit. Een gezin stichten of kinderen adopteren als ik ze niet krijgen kan. Een baby… Als je het maar eten geeft en de luier verwisselt, méér hoef je toch niet te doen. Huisdieren hebben en koken. Voor m’n echtgenoot zou ik dit werk opgeven. Maar zolang ik niet getrouwd ben blijf ik op het toneel staan”.
   In haar hart, bekende Sally Carr, was ze het liefste gewoon echtgenote, moeder, huisvrouw. “Veel tijd ben je aan het huishouden heus niet kwijt. Wat ze ook zeggen in de Woman’s Lib. Toen ik nog thuis was, vroeger, moest ik wel eens het huishouden doen. In een uurtje was ik klaar”. Als Sally de ware liefde eenmaal vond zou het afgelopen zijn met al dat sterrengedoe. “Dan zou ik overdag voor m’n plezier zingen”.
   Had Sally niet beter kapster kunnen blijven?
   Het antwoord gaf ze zelf: “Kapster zijn, het is aardig werk. Maar over het weer en de buren ben je gauw uitgepraat met je klanten”.
 

 

Minder succes

 
Over Sally Carr en haar groep vond je in de pers meestal kleine berichtjes. Zoals: “Ze zijn weer te aanschouwen in de RAI te Amsterdam waar zij een Edison zullen ontvangen tijdens het Grand Gala du Disque Populair. In april komt de groep naar ons land voor een toernee”.
   Of: “In totaal is Middle of the Road circa tien keer voor Toppop-opnamen in Nederland geweest. De groep kreeg bij een van de Nederlandse bezoeken zelfs een gouden molen aangereikt. Middle of the Road maakte bovendien een reis naar het verre oosten, waar de in liedjes uitgestraalde vrolijkheid ook goed aanslaat. En zo blijkt maar weer: al ben je dan een kapstertje in een klein plaatsje, door een toeval en een hitje kan het goud je van alle landen toestromen”.
   Maar, zoals altijd: succes duurt niet eeuwig. In een artikel dat Cees Mentink in 1981 schreef aan de hand van een interview werd duidelijk dat het bij Sally Carr aardig uit de hand liep.
   Mentink omschreef het als volgt: “Middle of the Road leverde ‘lekkere’ leesbare stof voor de tijdschriften. De groep beleefde nogal wat ‘avonturen’ en vooral het kittige en pittige zangeresje – Sally Carr – dat de ‘kleur’ aan het geheel gaf, was dikwijls verwikkeld in amoureuze avontuurtjes.
   Miss Carr had het stempel van ‘het stuk van Middle of the Road’ oftewel de stoeipoes, de blonde sex-machine, om met Peter Koelewijn te spreken. In feite bleek het tere deerntje niet opgewassen tegen al die bekendheid. Zij werd platgewalsd door de machinerie die publiciteit heet, zo zeer zelfs, dat Sally Carr pogingen ondernam om voortijdig van deze aardbodem te verdwijnen. Met pillen, poeders en drank!
   En als ze na zo’n poging de ogen weer opende, zat ze niet rustig op een wolkje, tokkelend op een gitaar, zoals ze had gehoopt, maar werd ze door een behulpzame zuster teruggeduwd in de kussens, met geruststellende woordjes als ‘Alles is goed, ga maar lekker slapen’.
   Maar het ging helemaal niét goed met Sally Carr. Daar konden 40 gouden platen niets aan doen. Op advies van vrienden verliet Sally Carr de showwereld, bekend om zijn klatergoud en kletterzilver. Sally ging terug naar Schotland en daar wilde zij een nieuw – anoniem – leven gaan leiden en een toekomst opbouwen met een dagblad-journalist”.
  

Terug in Schotland

 
Sally Carr bracht Cees Mentink persoonlijk op de hoogte hoe het haar vergaan was. “Ik lag echt in de vernieling. Ik was aan het einde van mijn Latijn. Ik zag het helemaal niet meer zitten. In die hitperiode wilde de hele wereld ons zien. We reisden soms in één week tweemaal de wereld rond, want succes moet tot op de bodem uitgemolken worden. Dat dacht ik toen ook, dus ik hobbelde maar mee, niet wetend dat ik geestelijk en lichamelijk kapot ging.
   Op den duur leef je alleen op pillen. Pillen om te slapen. Pillen om wakker te blijven. Om het nodige enthousiasme in de show te leggen nam je een paar drankjes. Kortom, zoiets houdt geen mens vol. Ik tenminste niet.
   Mijn man kwam als een geschenk uit de hemel. Hij kende de business niet. Tenminste niet zoals wij. Hij was rustig. Had geen financiële belangen. Hij was echt verliefd op mij en niet op mijn gezicht, niet op mijn geld en niet op de ‘ster’.
   Hij had razendsnel door dat ik in een zeker tempo naar het einde toeging. Dat klinkt dramatisch maar het is waar. Ik wist het ook, maar kende geen oplossing. Hij reikte mij die aan, op een presenteerblaadje. Hij zei: ‘Jij gaat met mij mee terug naar Schotland. Stop er mee. Radikaal’. En dat heb ik gedaan.
   We hebben maanden gepraat met elkaar. Ik heb nog nooit zoveel gehuild als in die tijd. Het kwam er allemaal uit. En ik voelde opluchting. Ik zag de tuin steeds groener worden. Het water ging weer kabbelen. Ik vond het weer leuk om te gaan winkelen. En langzaam groeide ik naar een huwelijk toe. Ik wilde een kind. En ik wilde nooit meer iets met de muziek te maken hebben.
   Mijn man had mijn platen verstopt, anders had ik ze stukgetrapt en weggegooid. Langzaam ook ging ik weer naar muziek luisteren. Ik zette plaatjes op. En op een dag vroeg ik hem: ‘Draai eens iets van Middle of the Road’.
   Hij antwoordde: ‘Nu ben je weer de oude’. En hij had gelijk.
   Ik kon Middle of the Road draaien zonder in tranen uit te barsten of met afgrijzen aan die tijd terug te denken. Nu denk ik en wéét ik, dat ik een mooie tijd met Middle of the Road heb gehad”.
 

Stars on 45

 
Sally was niet de enige die stopte met Middle of the Road. Ook drummer Ken Andrew deed dat. De overige leden van de groep gingen gewoon door. Met hun ‘ijzeren’ hits-repertoire konden ze nog jaren vooruit in het oldies-circuit. Een nieuw jong meisje, Linda Carroll, werd het nieuwe gezicht. Want zonder jong zangeresje had Middle of the Road natuurlijk geen bestaansrecht.
   In 1981 produceerde de Nederlander Jaap Eggermont (ex-drummer van de Golden Earrings) de lange single ‘Stars on 45’. Je kon een aantal oldies door middel van een discobeat aan elkaar plakken. ‘Stars on 45’ werd een wereldhit. Eggermont vond nogal wat navolgers.
   In 1981 was Middle of the Road (zonder Sally) weer eens in Nederland. Jan Vis was actief in het boeken van dat soort acts. Mentink: “En dan! Plaats van handeling: een café in Den Bosch. De jukebox kraaide keer op keer ‘Stars on 45’”.
   Jan Vis zou op een idee gekomen zijn en ter plekke geroepen hebben: “Jullie gaan alle hits aan elkaar breien. De hits van Middle of the Road. Dat wordt een hit, reken maar”. Maar Linda Carroll wilde niet meedoen.
   Jan Vis was niet van zijn stuk gebracht. “Bel Sally. Zij moet het doen”.
   De voormalige jonge zangeres kwam naar Nederland. Aan Cees Mentink liet ze weten: “Ik dacht echt dat de jongens mij vergeten waren. Ik vond het erg leuk dat ik me daarin heb vergist. Toen ik gebeld werd door Ian McCredie ging er een schok door me heen. Al die jaren met de band vlogen in een paar seconden aan mij voorbij. Ik zei eerst ‘Nee’, later dacht ik ‘Doe ik er wel goed aan?’ en toen mijn man thuis kwam, hakte hij de knoop door: ‘Een leuke afwisseling. Doen!’
   Het ging allemaal heel snel. De studio was al gereserveerd en het was de bedoeling dat ik meteen naar Holland zou komen. Ik wilde niet alleen gaan, ik zou het niet gedurfd hebben. Dus nam hij vrijaf en de kleine kon ook mee. Dan voel ik me safer”.
   Vanzelfsprekend was er een en ander veranderd. Mentink: “De heren waren wat ouder geworden en plaatselijk dikker. Sally Carr had niets meer van dat ‘wilde’ uit de beste jaren van Middle of the Road. Toen droeg zij strakke rokjes tot 30 centimeter boven de knie. Toen had ze snelle laarsjes aan de voetjes, om over de strakke truitjes maar niet te spreken. En ook het haar was van een volkomen andere makelij. Maar de lach was nog even stralend. Op de arm: Sally’s uit de kluiten gewassen kleuter. Haar echtgenoot aan haar zijde”.
   Voor Middle of the Road was een nieuwe single van zakelijk belang. Bij Sally lag het anders. “Voor geen goud van de wereld wil ik weer terug. Ik ben heel gelukkig nu. Ik zie deze nieuwe plaat als een laatste fase van een soort therapie. Slaag ik, dan heb ik het verleden goed verwerkt”.
   De medley van hun oude hits werd geen hit. Terecht schreef Mentink: “De plaat is geflopt. Het publiek kan uit te veel kiezen, zoals ‘Stars on 45’, Trini Lopez, Beach Boys, Peter Koelewijn’s Rod Stewart-produkties. Te veel om op te noemen. De markt was afgestroopt en er bleek geen ruimte meer voor Middle of the Road”.
   Sally had, schreef hij, een prettige vakantie in Holland. “Ze is terug in Schotland”.
 


Sally Carr, 1981 (echtgenote en moeder)

 

Mindere tijden

 
Het leven van de zangeres van zoveel hits verliep niet op de manier waarvan ze tijdens haar toernees met Middle of the Road gedroomd had. Ook niet toen ze weer terug was in haar eigen omgeving. Na de geboorte van haar zoon Keith, op 20 april 1980 (‘de mooiste dag in mijn leven’), kwam er tot haar teleurstelling geen nieuw kind meer. En ook de relatie met haar man hield geen stand. Al in 1984 gingen ze uit elkaar.
   Voor Sally Carr was, als je latere artikelen leest, de relatie met haar zoontje van het allergrootste belang. Samen met Keith woonde ze in het Scotse Renfrewshire. In 2010 vertelde ze in een Britse krant: “Mijn zoon was mijn grootste fan. Ik was nummer één bij hem. Zijn vrienden vertellen me dat hij platenwinkels binnenstapte, naar Middle of the Road wees en dan zei: ‘Kijk, dat is mijn moeder’. Tijdens onze laatste kerst samen gaf Keith me een boek met daarin hit-singles afgebeeld. Hij schreef erin dat ik moest kijken naar de pagina met Middle of the Road en trots moest zijn. Toen ik het las zei ik: ‘Dank je wel lieveling. Dat is lovely’. En hij antwoordde: ‘Onthoud het goed’”.
   Dat was in het jaar 2000. Op 18 januari 2001 veranderde het bestaan van Sally Carr. Niet een beetje maar totaal. Keith, inmiddels twintig, verongelukte. Als je haar mag geloven voelde ze het meteen toen het gebeurde.
   Sally: “Keith zat bij een vriend achter op een motor. Een auto haalde een verkeerde manoeuvre uit.  Ze hadden geen enkele kans. Believe it or not, I knew before it happened. I could feel it. When I took my dog out in the car that morning, instead of going left at the bottom of the road, I went right - towards the garage where Keith had put his car in for repair. I saw his car on the garage forecourt.
   Een agent hield me tegen. ‘Er is een ongeluk gebeurd. I knew it was Keith but prayed to God it wasn’t. Ik liep met mijn hond het veld in. Een politiewagen stopte achter me. Ik zei: ‘Kom alsjeblieft niet met het slechte nieuws’. Maar hij deed het toch.
   De vriend van Keith overleefde het ongeluk. Het gaat hem goed. Hij is onlangs getrouwd. Maar hij heeft er wel een  probleem aan over gehouden. De chauffeur van de auto heeft nooit zijn verontschuldingen aangeboden. Hij had toch op z’n minste een briefje of iets kunnen sturen”.
 
Sally Carr (geboren in 1945) zocht troost in het geloof en in vegetarisch eten. “My faith has been rocked now and again. I don’t believe that when someone dies, that’s it – it’s all over. Dat komt omdat ik Keith om me heen voel. Ik werd eens midden in de nacht wakker en rook gebakken bacon. Ik volgde de sterke reuk naar de keuken en glimlachte. I’m a vegetarian and there’s been no meat cooked in this house since Keith died. After working, Keith used to come in and eat bacon butties”.
   Ze was er bovendien van overtuigd dat ze nog steeds contact had met haar enige kind. Zo nodig bood Keith zelfs een helpende hand noteerde de journalist van de Daily Record. “She confessed that sometimes she calls on her late son - who was her only child - for help. Sally said: ‘So many times, like when I’ve lost my voice or need a parking space, I say, ‘Keith, I need you now, son’. And he helps me. He gives me comfort and strength. I hope I’ll see him again one day”.
   Regelmatig bracht ze een bezoek aan het graf van haar kind. “Keith is dicht bij mijn huis begraven. Ik ga er af en toe heen om zeker te zijn dat zijn graf er mooi uitziet. Dan zeg ik ‘hallo’ en ‘bedankt dat je me met allerlei dingen ter zijde staat’”.
   Het mocht allemaal niet baten. Sally kwam in een diepe depressie terecht . Van het vrolijke populaire zangeresje van weleer was niet veel meer over. Elke ochtend overkwam haar hetzelfde. “Dan werd ik wakker en een paar seconden lang leek alles voor elkaar te zijn. Maar de werkelijkheid kwam weer boven. Nu leef ik bij de dag. Ik mag blij zijn dat ik zo’n sterk karakter heb. Maar er zijn dagen dat ik moet zeggen: ‘Keith, ik laat je nu niet in mijn hoofd komen. Want als ik dat doe ga ik er aan onderdoor’. Vorig jaar in april had ik het niet meer. Ik zat heel dicht bij een totale ineenstorting. Maar ik wist terug te vechten en nu gaat het weer goed. Maar in feite gaat het helemaal niet goed. Mijn leven is totaal veranderd”.
 
Sally woonde nu helemaal in haar eentje. Eindelijk, zei ze, kon ze een beetje afstand nemen van de spullen van haar zoon. Na jaren had ze zijn slaapkamer wat uitgeruimd. “I’ve gradually gone through Keith’s things. I’ve given some of them to his friends - including a Jeep I was planning to give him on his 21st birthday. But there are a lot of things I’ve held on to”.
   Uit een soort van therapie was ze ook weer gaan zingen en optreden. De redacteur van de Daily Record noteerde: “Sally has found that singing has been a powerful source of self-healing. She said singing Middle Of The Road’s upbeat ‘Chirpy Chirpy Cheep Cheep’ and ‘Tweedle Dee Tweedle Dum’ has been her ‘salvation’”.
   Sally legde het uit: “Een tijd lang zat ik op de automatische piloot. Als ik niet had kunnen zingen was ik nu dood geweest – eerlijk waar. Zingen geeft nog wat zin aan mijn bestaan. Hoe gemakkelijk zou het zijn om de deur achter me dicht te trekken en te verpieteren. Maar door te werken als zangeres bezorg ik andere mensen een heleboel plezier en mij geeft het een goed gevoel. Zingen is mijn ‘drug’. Het maakt mijn leven dragelijk. Zo voel ik het”.
   Maar Keith vergeten, dat nooit. “De dag dat hij stierf was de ergste in mijn leven – zoals de dag van zijn geboorte de mooiste was. Ik wilde meer dan één kind, maar ik kreeg er maar één. Zelfs dat ene kind heb ik nu niet meer. Ik vraag me wel eens af wat er van Keith geworden zou zijn als hij was blijven leven. Misschien had ik nu dan wel kleinkinderen”.
 

Middle of the Road 2

 


Een nieuwe zangeres voor Middle of the Road, Lorraine Felberg (1989)

 
Sally vertelde het al: ze was opnieuw gaan zingen. Samen met Ken Andrew, haar voormalige drummer, ging ze weer de bühne op. Maar een groep met de naam Middle of the Road bestond nog steeds. Hoe moest dat nou?
   Ken en Sally wilden hun geld niet aan advocaten uitgeven vertelden ze aan popjournalist Digger. Ken: “Rather than line the pockets of solicitors and the like we have left things to sort themselves out. There is little point in arguing out the rights and wrongs of groups claiming ownership of names or otherwise. When one looks at the myriad of videos, illegal and legal, being posted on websites on the internet, the public have the opportunity of deciding whom they wish to uphold as the best representatives of the original group.
   The only point to press on this issue is that each musical group claiming to represent the original band is billed in such a way that punters are aware of which one they are going to see. Our answer to this is that we insist on being billed as ‘Middle of the Road featuring Sally Carr’”.
 


Sally Carr op jeugdige leeftijd

 
In het interview keek Sally nog eens terug naar al het goede dat haar overkomen was. De bronnen van haar geluk lagen in het verre verleden. “Door mijn ouders ben ik gaan zingen. Toen we jong waren stonden we ’s avonds met z’n allen om de piano. Ik heb vier broers die betere stemmen hebben dan ik. Voor zangles was geen geld. Dankzij mijn roem kon ik wat terug doen. Voor mijn ouders kocht ik een huis. Ik bracht de droom van mijn vader in vervulling: naar verre landen reizen. Mijn vader was mijnwerker. Mijn moeder, invalide, moest het bed houden totdat ze op 62-jarige leeftijd stierf. Hun hele leven deden ze alles voor hun kinderen”.
 
O, wat had ze een mooie tijd beleefd, vertelde Sally. “My sixties were full of fun and happiness. During the day I was a hairdresser and in the evenings I sang in pubs and clubs, both with bands and solo. I also worked as a waiter in the pubs”.
   Wat had ze gelachen toen de groep nog Los Caracas heette. Tegen betaling hadden ze een single in eigen beheer gemaakt en die bij hun optreden verkocht. “After a particularly good afternoon on a small paddle steamer we were returning home. Ken had one of the empty record boxes containing the proceeds from the sales sitting on his knee in the back of a convertible car. It was crammed full of one and five pound notes. Full of excitement he opened the box and all the money flew out of the car. We were hours trying to retrieve it all. Thinking of that still makes me laugh”.
 


Los Caracas

 
De jaren zeventig, de jaren met de grote successen, omschreef Sally als ‘hectic’. Wat was het leuk om in Top of the Pops op te treden. Vooral Japan had indruk gemaakt. Na een optreden hadden ze voor het gedrang van fans moeten vluchten.
   “We started to leave, me with our manager at the time and a couple of people from the gig. We had to leave by the front for some reason or another, I don’t remember. We were making for the car when we were spotted, my hair was the giveaway. John threw me into the back seat of the car and the crowd started pulling me out of the other side. I was terrified. There I was the makeshift rope for a game of tug-o-war. We managed to secure the doors and drive away. In the confusion we left Ken and Ian standing on the pavement”.
   Sally droeg nog steeds kleren in de stijl van toen. “I loved the seventies fashion, in fact I still dress very similarly to what I did then, minus the hot pants and thigh length boots. I still love my flare jeans”.
 
Sally Carr vond het geweldig om opnieuw onder de naam Middle of the Road op te treden. Ze was ervan overtuigd dat er heel wat muziek-snobs waren. “I have no time for snobs, music or otherwise. We all come into the world the same way and we all go out the same way”. Sally sprak ook over ‘closet-fans’. Je kon soms moeilijk toegeven dat je de liedjes van Middle of the Road mooi vond.
   Vol enthousiasme, gemaakt of niet, bleef Sally Carr vooruit kijken. “Ik ben er nog lang niet. Elke dag leer ik. Er is in mijn leven nog een heleboel om te doen”.
   Maar ook dat laatste was haar niet gegeven. In januari 2014 was te lezen dat Sally wegens ziekte (een herseninfarct) sinds mei 2012 niet meer met Middle of the Road kon optreden. Ken Andrew: “You will be aware that to recover from brain surgery takes quite a long time, with considerable help from medical professionals of all types. During the year up to May 2013, Sally had made very good progress with everything returning to near normal. Sadly, the test caused her to have a stroke and this has set her back a year or so. She will not be appearing on stage for at least another year. We will provide a further update in the New Year or earlier if there is anything significant to report. Sally is very grateful to everyone for the many messages of support for her and we all look forward to the time when she can get back to doing what she does best”.
   Pop-idolen, Sally zei het zelf, zijn ook maar gewone mensen, met al hun lief en leed. Om het te herhalen: “We all come into the world the same way and we all go out the same way”.
 


Sally Carr in 2013

 
Harry Knipschild
27 juli 2014

Clips

LP Notorious Byrd Brothers 
* Middle of the Road, Chirpy Chirpy Cheep Cheep, Top of the Pops, 1971 
Middle of the Road, Soley Soley, 1971
* Middle of the Road, Sacramento, 1972
* Middle of the Road met Lorraine Felberg in Nederland, One More Night, 1989
Middle of the Road, Oldies Night
   
Literatuur
 
‘Middle of the Road’, Veronicablad, 19 januari 1972
Pim Oets, ‘Sally Carr: Het liefst wil ik in het wit trouwen’, in Popsmuk, uitgeverij Hans Born, 1972
Suzanne Piët, Pop ’74, Keulen 1973
Cees van Leyde (Mentink), ‘Teleurstelling bij Middle of the Road’, Muziek Parade, december 1981
Digger, ‘Sally Carr and Ken Andrew of Middle Of The Road Interview’, House of Tartan, januari 2009
‘Singer Sally Carr on her battle to cope after tragic death of son’, Daily Record, 24 januari 2010
Ralph Gowling, ‘Get well Sally Carr’, Beat Magazine, januari 2014