Zoeken

 
Op 9 oktober 2012 gaf ik op uitnodiging van prof. Lengdong en dr. Ellen Cai een gastcollege over de geschiedenis van de popmuziek op de universiteit van Guangzhou (Kanton). In het Engels legde ik aan de hand van YouTube clips uit hoe westerse popmuziek ontstaan was en zich tot in de Sixties ontwikkeld had. Ellen Cai gaf (voor alle zekerheid) een vertaling in het Chinees.
   De jonge Chinese geschiedenis-studenten in de collegezaal reageerden enthousiast-chauvinistisch op alles wat met Azië te maken had. Het vertonen van ‘Gangnam Style’ (Psy, Zuid-Korea) als een ‘voorprogramma bij het binnenkomen’ werkte aanstekelijk. Mijn opmerking dat Cliff Richard in India geboren was werd met instemming begroet. Het vertonen van Bob Dylan’s ‘The times they are a-changing’ liet het gehoor van intelligente twintigers echter (ogenschijnlijk) koud.
   Verreweg de meeste reacties kwamen er toen ik aandacht vroeg voor een clip van het optreden van de Rolling Stones in Scheveningen op 8 augustus 1964. De studenten en aanwezige docenten begrepen niets van de sociale context. Waarom bleef het publiek niet gewoon op stoelen zitten? Wat ze deden mocht toch niet?  En als het niet mocht deed je zoiets toch niet? Het idee van een westerse ‘culturele revolutie’ leek een nogal onbekend verschijnsel. Zou in China ook zo’n revolutie mogelijk zijn werd me gevraagd. Een revolutie waarbij de jeugd het voortouw van een oudere generatie overnam.

 

Overwinnaars schrijven geschiedenis

 

 
Het is een bekend fenomeen: overwinnaars schrijven de geschiedenis. Die redenering geldt niet alleen als een oorlog grote veranderingen heeft teweeg gebracht. Ook voor popmuziek, een belangrijk cultureel fenomeen in de westerse wereld in de tweede helft van de twintigste eeuw, gaat het op. Als er in de media vandaag de dag aandacht wordt besteed aan het nogal beruchte optreden van de Stones in het Kurhaus wordt meestal het woord gegeven aan mensen die er als jongelui iets mee te maken hadden of erbij waren. Achteraf leggen ze dan in zekere zin hun ‘gelijk’ uit. Een nieuwe generatie was bezig de samenleving te veranderen. In 1960 waren de jaren zestig begonnen, maar 1964 was de start van wat we nu de Sixties noemen.
   Het Nederlandse concert van de Stones mag je dan ook niet los zien van andere gebeurtenissen in dat jaar. Dat waren op 28 juni 2014 de woorden Henk Grootveld, een van de sprekers bij de opening van een tentoonstelling in het Scheveningse Muzee, gewijd aan wat er op 8 augustus 1964 allemaal gebeurde. Zo was er eerder dat jaar een staking van Schevenigse vissers. In 1964 verscheen bovendien het geruchtmakende boek Ik, Jan Cremer. In die tijd, vatte de museumvoorzitter zijn woorden samen, werd de autoritaire manier van macht uitoefenen door de jeugd niet meer automatisch geduld. Een uiting daarvan, vond hij, was de manier waarop de jongelui zich manifesteerden bij de Stones.
   De verliezers, de generatie die in 1964 en later in de Sixties het onderspit dolf, worden een stuk minder aan het woord gelaten. Wat er toentertijd in hun hoofd (beter: hun hart) omging vertellen ze niet voor de camera.


 

 

 

Ongeregeldheden bij popconcerten

 

 
Als je afgaat op beelden en krantenartikelen waren de oudere machthebbers vooral bang voor het verstoren van de orde. Bij een popconcert moest iedereen netjes op de stoelen blijven. Een mooi voorbeeld op YouTube is een optreden van Bill Haley in de West-Duitse stad Essen (1958). Haley maakte muziek waar je moeilijk bij kon blijven stilzitten. Hoe je op die klanken geacht werd te reageren kon je bovendien zien in de eerste speelfilms die over rock & roll in roulatie gebracht werden. Zowel door jongens en meisjes werd er wild gedanst en uitbundig meegeklapt. Wie dat niet deed werd als verschrikkelijk oud en ouderwets afgeschilderd. Moest je dan keurig blijven zitten als je na jaren zelf zo’n concert eindelijk eens kon meemaken? Dat deed je niet als je gek was op rock & roll. In het Duitse filmpje (bij ‘Razzle Dazzle’) stonden twee jongelui op en begonnen netjes op de muziek mee te dansen. Na enkele seconden kwam de politie aanstormen om er een einde aan te maken. De politie werd onmiddellijk door fotografen gevolgd die zo sensationele plaatjes konden schieten.
   In Stuttgart, aan het einde van de West-Duitse toernee van Bill Haley en zijn Comets, rukte de politie flink uit om wanorde te voorkomen. Er was een flink aantal meer dan goed-geoutilleerde manschappen prominent aanwezig. De tamelijk jonge agenten zagen er eerder als DDR-Vopo’s uit dan als liefhebbers van de muziek die, ver weg van het publiek, op een hoog podium gebracht werd. De politie legde een cordon rondom het platform aan om onheil af te wenden. Een hoge functionaris van minstens middelbare leeftijd deelde instructies uit. Het optreden van de autoriteiten werkte, lijkt, als een rode lap op een stier. Het kwam tot stevige vechtpartijen. De autoriteiten werkten op die manier juist in de hand wat ze wilden voorkomen.
   Ouderen en jongeren, in Duitsland ‘Halbstarken’ genoemd, begrepen elkaar niet in 1958. In Nederland kregen die jongens de naam ‘nozems’. Als ik [HK] als jongetje in de ogen van mijn oma iets ondeugends gedaan had sprak ze ook mij als ‘nozem’ aan.


 


'Rel' bij optreden Bill Haley in Duitsland (Essen)

 


Gelukkig, zou je kunnen zeggen, waren er rond 1960 nauwelijks internationale popconcerten. De eerste keer gebeurde dat in het Scheveningse Kurhaus, op 25 juni 1960. Ik heb er al eens eerder over geschreven. Uit de formuleringen van de verslaggevers was op te maken dat zij niet gekomen waren om van de rock & roll van die dag te genieten. De aanhangers van de hits van Freddy Cannon (19 jaar) ‘slingerden’ volgens een reporter van het Dagblad voor Amersfoort ‘hun ledematen door de lucht’. Tijdens het zeer lange voorprogramma, van o.a. Pim Maas, ‘waren ze al op temperatuur gebracht’.
   Dat waren nog betrekkelijk vriendelijke woorden. In een andere krant was te lezen: “De 16 jarige Amsterdammer Pim Maas, dit bizarre jongetje, vertegenwoordigde alles wat er onder de hedendaagse Nederlandse tieners maar aan slechte smaak denkbaar is - zoals onsmakelijk lange haren. Psychiaters en sociologen zouden hun ogen uitgekeken hebben naar dit fenomeen”.
   Een artikel in de Nieuwe Leidsche Courant was getiteld: ‘Freddy Cannon in Kurzaal. Politie brak optreden af om erger te voorkomen’. Cannon mocht van de politie niet al zijn hits uitvoeren. En dat terwijl hij begonnen was met de woorden: “Ik ben jullie vriend, die voor jullie gaat zingen”. Het publiek kon zich lekker uitleven bij hits als ‘Tallahassee Lassie’ en ‘Way down yonder in New Orleans’. “Dit was het sein voor een twintig minuten lang deinen, klappen, zwaaien, stampen, dansen van een boven zijn thee geraakte zaal”.
   Voor de autoriteiten was dat niet acceptabel. “Dat Freddy niet langer dan twintig minuten zijn jeugdig publiek tot enthousiasme mocht brengen, geschiedde op last van de politie, die niet ten onrechte, vreesde dat er geen houden meer aan zou zijn”.
   In Rotterdam, die zelfde dag. trad de politie eveneens met harde hand op. “Ook hier kwam het tot meer dan normaal enthousiasme. Met de gummistok moest de politie enkele tientallen jongens en meisjes uit de zaal verwijderen”.
   Eveneens in die havenstad, op 6 april 1962, werd een optreden van Cliff Richard en de Shadows stopgezet wegens ‘wangedrag’. In een filmpje van Polygoon in die tijd legde Philip Bloemendal het uit met de volgende woorden: “Het domme kabaal schoppen van de tieners leidde er toe dat Cliff Richard zijn optreden voortijdig moest beëindigen. En dat is jammer want het had zo mooi kunnen zijn. Vooral voor die jongeren die oprecht gehoopt hadden Cliff te horen zingen”.
 

 

Willem Taal

 

 


Willem Taal (2011)

 
Wat de machthebbers werkelijk dachten als ze optraden bij popconcerten is achteraf niet gemakkelijk meer vast te stellen. Maar het zou mooi zijn, bedacht ik, om ook de ‘verliezers’ eens hun eigen geschiedenis te laten optekenen. Bij de opening van de tentoonsteling over de Stones in het Kurhaus liep ik Willem Taal tegen het lijf. Taal, nu 78, was, vertelde hij me, als politieman bij de Stones het toneel opgestuurd om de jongelui in de zaal te verhinderen op het toneel te klimmen.
   Hij en anderen hadden die dag al eerder dienst gedaan op het strand van Scheveningen. Voor hem was het ’s avonds gewoon doorwerken. “Diverse agenten waren als ordebewaarders in de zaal, niet als agenten. Ze hadden hun uniform uitgetrokken en verdienden zo wat bij”.
   Tussen een aantal collega’s zat ook hij naar eigen zeggen in de kelder van het gebouw te wachten om eventueel in actie te kunnen komen. “Boven hoorde ik het publiek joelen. Ze waren duidelijk ontevreden over het voorprogramma. Vanwege het gejoel werden wij naar de zaal ontboden. We hoorden en zagen hoe presentator Jos Brink het publiek aan het opzwepen was. Dat deed hij door bijvoorbeeld te zeggen dat hij nog niet alle Stones gezien hadden. Waren ze er wel? Kon het concert wel doorgaan?”
   De opmerking van Taal deed me denken aan wat Dick Klees me op 28 mei 2014 vertelde. Bij de tv-opname van de Beatles in Treslong werden de jongelui op de tribune tot twee maal toe opgeroepen in het laatste nummer naar voren te komen en zich wild te manifesteren. Volgens Dick liep het bijna uit de hand. Het had ook heel anders kunnen uitpakken. En dat nota bene op verzoek van de televisie-mensen.
   Wat me in de woorden van Taal, een echte Scheveninger, opviel was dat hij en de andere agenten geen nadrukkeljk commando van hun chef kregen toen ze daadwerkelijk in actie moesten komen. Ze moesten maar improviseren, doen wat hun goed dunkte.
   Ik vertelde Taal dat je op de bewaard gebleven beelden zag dat een jongen bij zijn haar beetgepakt werd en over het toneel naar achteren getrokken werd.
   De voormalige agent reageerde met de woorden: “Dat zou ik zelf best geweest kunnen zijn. Wij probeerden de jongelui die het podium opklommen er weer vanaf te krijgen. Maar ze kwamen steeds weer terug en grepen me bij m’n armen. We trokken ze inderdaad naar achteren, voerden ze af naar beneden en zetten ze in de kelder op een stoel”.
 

 

Henk van der Meyden

 

 
Henk van der Meyden, voormalig journalist van de Telegraaf, verzorgde de opening van de expositie. Hij had (een kopie van) de krantepagina bij zich die hij zelf na het concert had geschreven. Het was hem opgevallen, zei hij, hoe verlegen de Stones waren en hoe ze alles deden wat hen verteld werd. ’s Middags repeteerden ze. ’s Avonds werkten ze rustig hun repertoire af ondanks het opgewonden publiek – zelfs toen de microfoon van zanger Mick niet meer werkte. Totdat het niet meer verder kon.
   Van der Meyden wees er nog eens op hoe laag het podium [anders dan in Duitsland bij Bill Haley] was en dat er geen afscheiding was met de zaal. Zelf gaf hij zich ook nog een beetje de schuld van het onheil. Om opnamen te maken voor TV-Noordzee moesten de cameramensen met lichtbundels werken. Het publiek, vooral jonge jongens, reageerde daar nadrukkelijk op.


 

René Spork

 

 

190 4 René Spork
René Spork

 

In de Telegraaf en andere kranten kon je op maandag 10 augustus sensationele verhalen over het politieoptreden lezen. Waarom hadden de autoriteiten gedaan wat men gedaan had? Die vraag werd in de kranten niet nadrukkelijk aan de orde gesteld.
   In de wandelgangen sprak ik met René Spork die het originele filmmateriaal boven water had gehaald. Hij was er achter gekomen, vertelde hij, dat het concert niet zo kort geduurd had als algemeen wordt aangenomen. De Stones zouden een half uur spelen. Ze stopten na twintig minuten. Aan hun hit ‘It’s all over now’ (waarschijnlijk voor het einde bewaard) kwamen ze daarom niet toe. Ook ‘Carol’ van Chuck Berry  en ‘Tell me’ werden niet ‘gehaald’. Maar ze deden bijvoorbeeld wel wel ‘Walking the dog’ (Rufus Thomas) en ‘Hi Heel Sneakers’ (Tommy Tucker).
   In een interessant boekje, nu voor drie euro verkrijgbaar in Muzee, had René Spork bovendien het originele rapport van hoofdinspecteur Buijze uit het Haags gemeentearchief opgenomen. Dat was gericht aan zijn baas, de hoofdcommissaris. Een mooie vondst. Als er één document is, vind ik, dat de feiten ‘van de andere kant’ in beeld brengt is het dat wel.


 

Het politierapport

 


Wat me allereerst opviel was dat de impresario, Paul Acket, geen enkele keer in het politieverslag voorkwam. Voor de politie bestond die bijkbaar niet. De Stones gaf Buijze aan als ‘het zogeheten Beatquintet The Rolling Stones, een soortgelijk gezelschap als de welbekende Beatles’.
   De Stones waren dus op dat moment niet zo bekend als de Beatles. Al eerder had ik van Anton Witkamp (platenmaatschappij Phonogram) gehoord dat de Stones opzien baarden toen ze die dag door Den Haag liepen. Niet omdat ze bekend waren, dat waren ze niet zei Anton, maar puur vanwege hun lange haar. De Beatles hadden twee maanden eerder, juni 1964, Nederland bezocht.
   Buijze was op het idee gekomen om, voorafgaand aan het concert, het Kurhaus te bezoeken. Op 5 augustus had hij een onderhoud met Mr. Piet van Dusseldorp, de secretaris van EMS, de Exploitatie Maatschappij Scheveningen.
   De mensen van het Kurhaus waren niet ongerust. “Van de zijde van de EMS werden aanvankelijk ordeverstoringen niet verwacht”.
   Het lijkt erop dat Buijze het met die opvatting niet eens was en dat hij zelf het initiatief nam stevig uit te rukken. EMS ging daarmee akkoord. Buijze zette vervolgens uiteen hoe zijn aanpak was.
   Om te beginnen zouden er onder leiding van een inspecteur van politie zes rechercheurs in burger in de zaal aanwezig zijn om tegen raddraaiers te kunnen optreden. In totaal dus zeven man.
   Buijze bevestigde de woorden van Willem Taal. In de kelder werden tien geüniformeerde (hoofd)agenten gestationeerd onder leiden van een adjudant en een brigadier. Twaalf man dus.
   Buiten het Kurhaus waren er meer geüniformeerde agenten: vijftien manschappen, twee brigadiers en vier politieruiters (te paard dus). Er werden nog extra maatregelen getroffen. Zo stonden er drie leden van de hondenbrigade klaar, elk met een ‘gecertificeerde verdedigingshond’. Dat was nog niet alles. Drie hoofdagenten en een adjudant waren paraat met een ‘waterwerper’.
   Alles bij elkaar was er dus een politiemacht bestaande uit 41 personen, vier paarden, drie honden en een waterkanon. Het Kurhaus zou zelf bovendien zorgen voor ongeveer dertig suppoosten (onder wie volgens Taal ‘politie als burger’). De totale beveiliging bestond dus uit ongeveer zeventig personen. Niemand kwam blijkbaar op de gedachte een of andere afscheiding te maken tussen het lage podium en de aanhang van de Stones.
 

 


Fragment uit politierapport (10 augustus 1964)

 

 

De operatie

 


Buijze besefte dat hij terughoudend moest optreden. Niet alleen waren de rechercheurs in de zaal niet in uniform. Het detachement binnen plaatste hij beneden ‘teneinde daaraan een provocerend karakter te ontnemen’.
   Toch trad de politie al snel op, zelfs nog vóór de aanvang van het voorprogramma. “Even voor de aanvang der voorstelling bevond zich op de buitengalerij van het Kurhaus een groep nozems van ca. 200 man, die kennelijk het voornemen had zich zonder plaatsbewijs toegang tot de zaal te verschaffen”.
   Buijze had het niet zo op nozems. Hij ging meteen tot daden over en zette zeven agenten en een ‘verdedigingshond’ in. “Ik heb de galerij doen ontruimen”. Van niet provoceren kwam dus al vroeg op de avond weinig terecht.
   De hoofdinspecteur, die zich nadrukkelijk verantwoordelijk voelde voor het handhaven van de orde en de veiligheid van de Stones, verwees in zijn rapport naar een artikel in de Haagsche Courant (van 10 augustus). Dat gaf volgens hem een goed beeld van de geladen sfeer nog voor het optreden van de groep.
   Om negen uur ’s avonds (bij het begin van de pauze) haalde hij de twaalf agenten uit de kelder. Toen het publiek de agenten boven zag komen greep hij naar eigen zeggen voor de tweede keer in. “Voor de ingang van de gang dromde een grote groep nozems samen die kennelijk eveneens deze gang wilde binnendringen. Ik heb deze groep doen verwijderen door het personeel, dat zich op de galerij bevond”. Buijze wilde zijn mannen beschermen. De vraag is echter in hoeverre zijn handelwijze goed uitpakte. Uit het woordgebruik ‘nozems’ blijkt bovendien dat hij de bezoekers van het popconcert in principe geen warm hart toedroeg.
  

 

Het popconcert

 

 


Rolling Stones in Kurhaus (8 augustus 1964)

 

Bij het grote publiek mochten de Rolling Stones dan nog niet bekend zijn, bij een nieuwe generatie popliefhebbers juist wel. Alle 1.800 plaatsen van de Kurzaal waren bezet. Het was dan ook niet gek dat de jongelui meteen reageerden toen ze geluid van achter het gordijn hoorden komen.
    Als je het rapport leest krijg je niet de indruk dat Buijze vaker bij zo’n optreden van de partij geweest was. Maar nu was hij persoonlijk paraat om de zaak in de handen te houden. De leidsman van de politie-operatie had al voorzorgsmaatregelen getroffen. “De suppoosten, die aanvankelijk in de zaal verspreid waren, hadden zich op mijn advies even vóór afloop van de pauze nabij en op het toneel samengetrokken”.
   Het grote moment was aangebroken. “The Rolling Stones betrad het toneel en stelde zich daar op. De gordijnen welke dit toneel van de zaal afscheidden, waren nog gesloten. Op het toneel staande, constateerde ik dat het door een der leden van dit gezelschap simpelweg aan slaan van enkele, in hoge mate door een geluidsinstallatie versterkte gitaarakkoorden, ondanks de gesloten gordijnen een enorme beroering onder het publiek in de zaal teweeg bracht”.
   En toen gebeurde het. “Enkele lieden klommen vanuit de zaal op het toneel. Deze werden onmiddellijk door suppoosten weer de zaal ingewerkt. Toen enkele minuten later het gordijn werd geopend, barstte de zaal los in een oorverdovend geloei en gekrijs. Ik constateerde dat een zich als uitzinning gedragende menigte jongelieden zich over de hoofden en schouders van de overige massa een weg naar het toneel baande en met tientallen tegelijk trachtte het toneel te beklimmen. De aanwezige suppoosten hadden daarbij de grootste moeite om deze lieden weer de zaal in te werken”.
   In de ogen van Buijze ging het van kwaad tot erger. Hoe kon hij een chaos voorkomen. Het publiek, ontdekte hij, bestond bovendien niet alleen uit nozems maar ook nog uit gespuis. “Van de balkons en van de zaal bekogelde het gespuis de op het toneel aanwezig suppoosten met diverse voorwerpen, waaronder gietijzeren stoelleuningen, stoelpoten, flessen enz. Door een dezer projectielen werd de Engelse reisleider Stew [Ian Stewart], de man die voor het vervoer van The Rolling Stones zorgt, aan het hoofd geraakt, waardoor een bloedende wond ontstond”.
   De veiligheid van de artiesten was dus niet meer gegarandeerd. Buijze moest, vond hij, wel ingrijpen. De agenten ‘belastten zich met het via de keldergewelven naar buiten afvoeren van de raddraaiers, die bij herhaling het toneel beklommen en door de suppoosten achter het toneel werden gewerkt’.
   Intussen deden de Rolling Stones waarvoor ze gekomen waren en voor betaald hoopten te worden: doorspelen. In Muzee bevestigde Jos Acket, echtgenote van de toenmalige organisator, vanuit het publiek nog eens dat zij zich met de recette op het toilet opsloot zodat de artiesten later uitbetaald konden worden. Op een vraag wat de gage van de Stones dan wel was kon ze geen antwoord geven. Ze wist het niet meer.
   De hoofdinspecteur schreef het als volgt op: “The Rolling Stones speelden onverstoord verder, daardoor de massa tot voor mij ongekende uitzinnigheid opzwepende”. In zijn verslag vermeldde hij niet dat Mick Jagger niet meer kon zingen omdat de bedrading met zijn microfoon vernield was.
 

 

Buijze maakt einde aan het popconcert

 

 


'Nozems' met agent

 

Buijze moet ten einde raad geweest zijn. “Na het spelen van het vierde nummer was de toestand zo gevaarlijk geworden dat ik voortzetting niet verantwoord achtte. Na kort overleg met de eveneens op het toneel staande Mr. Van Dusseldorp besloot ik de voorstelling te doen staken. Het was toen ± 21.45 uur. De toneelgordijnen werden gesloten”.
   De politieman dacht wellicht dat hij de zaak daarmee geklaard had. Dat was een misrekening. “De toneelbestorming nam in alle hevigheid toe evenals het gesmijt met allerlei voorwerpen”.
   Nu was het zaak om echt op te treden. “Ter assistentie van de suppoosten, die niet bij machte bleken de massa van het toneel te houden, heb ik vervolgens het detachement vóór op het toneel een cordon laten vormen, om aldus The Rolling Stones in de gelegenheid te stellen met hun instrumenten een veilig heenkomen te zoeken, via de kelders naar de daarvoor afgesloten plaats op het Gevers Deynootplein, waar zij met een gereedstaande auto werden weggevoerd”.
   Hoe ging het verder met de fans?
   “Alle deuren en nooduitgangen van de zaal waren geopend. Een gedeelte van het publiek stroomde naar buiten. Het detachement werd door mij achter de coulissen teruggetrokken. Ik achtte het namelijk volstrekt onverantwoord om onmiddellijk met dit detachement orde te scheppen in de tierende in de zaal achtergebleven massa, aangezien dit zonder de geringste twijfel zou hebben geleid tot een algemene vechtpartij met de politie, waarbij van weerszijden zeker slachtoffers zouden zijn gevallen”.
   Buijze had nog meer ‘troepen’ achter de hand. “Slechts een horde uitsluitend op vernieling beluste lieden bevond zich op het balkon en in de zaal. Met het [tweede] detachement werden achtereenvolgens het balkon en, met inzet van de hondenbrigade, de zaal, de vestiaire en de buitengalerij ontruimd. Slechts in de vestiaire en op de galerij werd enige tegenstand ontmoet en moest van de wapenstok worden gebruik gemaakt”.
   Nu moest de orde op het Gevers Deynootplein nog hersteld worden. “Met de beide voor het Kurhaus verzamelde detachementen, versterkt door de hondenbrigade en de politieruiters, liet ik daarop een korte charge uitvoeren, waarbij op de tegenstand biedenden ruim gebruik gemaakt werd van de wapenstok”.
   De klus was geklaard. Nu nog voorkomen dat de nozems zich opnieuw konden manifesteren. ‘Provoceren’ was er niet meer bij. “Onmiddellijk nadat de samenscholing in alle richtingen was verspreid liet ik – ter vermijding van opnieuw samenscholen van op relletjes beluste personen – het gehele polititiepersoneel samentrekken in het bureau Gevers Deynootplein. Slechts twee Volkswagens van de normale surveillance hielden op mijn verzoek nog enig toezicht op genoemd plein en omgeving”.
   Buijze was tevreden. Het waterkanon had hij niet eens hoeven inzetten. Slechts één agent had een buil. Drie jongelui waren aangehouden, ‘wegens verboden wapenbezit, het niet voldoen aan de bevelen van de politie en het plegen van vernieling’. Dat lijkt nogal willekeurig. Met het motief van de Haagse hoofdinspecteur (district III) had de politie misschien wel duizend arrestaties kunnen verrichten. Buijze kon met een gerust geweten aan het eind van zijn rapport stellen: “Te ca. 22.45 uur heb ik het gehele personeel laten inrukken”.

 


Nieuws heet van de naald, ANP-bericht laat op de avond (8 augustus 1964)

 

 

De Stones terug in Den Haag

 

  
Van Paul Acket is de kreet bekend: “Dat nooit meer!”
   Het pakte anders uit. Toen de Stones in het Kurhaus optraden was het een nog tamelijk beginnende R&B-groep. Maar al snel stootten ze door naar de top. Mede om die reden werd hun optreden van 1964 zo ‘legendarisch’. In 1966 gaven ze alweer een concert in Den Bosch. In april 1967 waren ze terug in Den Haag voor een vol optreden van veertig minuten, twee keer zo lang dus als in 1964.
   In Kink deed Hans Born verslag, eerst van de aankomst. Veel mensen waren er niet. “Een schare van twintig fans (hoewel het tijdstip van aankomst toch in de ochtendbladen had gestaan), een even groot aantal fotografen waren om twaalf uur op Schiphol aanwezig ter demonstratie van Neerlands trouw aan de Stones, een gezapig begin van een zonder schokken voortrollend Stones-dagje”.
   Ook het concert in de Haagse Houtrusthallen was door Paul Acket georganiseerd. “Geen enkele sensatie. Een volkskerstzang zou niet orderlijker kunnen verlopen. Acket had het dan ook handig ingepikt. Een soort doolhof van verankerde veemarkt-hekken verdeelde de massa in kleine groepen waarbinnen slechts te vechten viel om een plaatsje op het hek. Lukte je dat niet, dan kon je beter berustend gaan zitten vrijen met je vriendin want dan zag je (in de meeste vakken althans) toch niks van het podium.
   Alleen vóór vielen er drang-slachtoffers. In zwijm getuimelde meisjes werden met vaste regelmaat afgevoerd. Acket’s knokjongens dreigden fotografen, die dat wilden vastleggen, hun toestellen in mekaar te slaan en gingen dus hun taak (in opdracht?) weer eens ver te buiten”.
   Ook nu was er een lang voorprogramma. Vooral protestzanger Armand deed het goed bij het publiek. “Hij had veel succes (massale samenzang) met ‘Ben ik te min’ en nóg enkele woedend bezongen puberteitsproblemen”.
 


Stones in Houtrusthallen, 15 april 1967

 
Na een pauze van vijf minuten begon het Stones-concert. “Daar waren ze dan. ‘The last time’. Mick begon onmiddellijk enthousiast met de microfoonstandaard te jongleren maar zijn stem was niet te horen. Aan datzelfde euvel leed ‘Paint it black’ en ‘19th Nervous Breakdown’. Keith was nota bene wel te verstaan.
   In ‘Lady Jane’ manifesteerde Mick zich duidelijker maar om te gillen was het nog niet, wat wel werd gedaan want Mick stuiterde weer als een rubberbal over het podium. Hoe die jongen dat veertig minuten lang volhoudt zonder dagelijkse conditietraining is een raadsel, daardoor is hij natuurlijk zo mager.
   ‘Cloud’ met Bill als zingende mummie en Keith samen bij de ‘koormicrofoon’ en ‘Ruby Tuesday’ met Brian teder op blokfluit waren het hoogtepunt: community-singing en vreugde alom.
   In ‘Let’s spend the night together’ kroop Brian achter het orgel wat om een of andere techniese reden niet meer dan gepiep opleverde. Het ingetogen ‘Goin’ Home’ haalde de spanning eruit. Brian ging nu staan mondorgelen, maar kon zijn veelzijdigheid niet bewijzen maar opnieuw was hij onhoorbaar.
   Het eind kwam traditioneel met een ruige versie van ‘Satisfaction’ en reeds om half elf toog iedereen ongedeerd huiswaarts, een tientje, dus bijna een elpee armer, maar je mag het nu eenmaal niet missen”.
   Was er dan niets of niemand nodig geweest om het publiek in toom te houden?
   Jazeker. De hekken waren dan wel niet bevordelijk voor de sfeer, maar ze hielden het publiek op afstand. Bovendien waren er ‘ettelijke tientallen ordebewakers’. De autoriteiten waren op het hoogste niveau van de partij: commissaris van politie J.W.H. Planje, hoofdcommissaris van politie, J.H.A.K. Gualtherie van Weezel en zelfs Jozef Luns, minister van Buitenlandse Zaken. “De bewindsman werd welwillend met applaus en een enkele toejuiching van de jongeren begroet”.
   De Sixties waren in volle gang. Een popconcert was langzamerhand niets exceptioneels meer. Maar helemaal stil was het toch niet, na afloop ternminste.
   “De fans gingen tamelijk rustig weg en de politie, die wat extra mensen een oogje in zeil had laten houden, kon tevreden constateren dat de Nederlandse beatliefhebbers hebben geleerd hun geestdrift normaal – nou ja, normaal? – af te reageren.
   Beatfans hebben een spoor van vernielingen door de Haagse binnenstad en langs het strand getrokken. Er werd voor duizenden guldens schade aangericht. De politie arresteerde achttien jongelui die zich onder meer ook aan diefstal en inbraken schuldig maakten.
   Op het strand bivakkeerden ettelijke tientallen jongelui in paviljoens. Uit de aangiften, die zondag binnenstroomden, bleek, dat deuren en kozijnen en planken waren losgemaakt en opgestookt, soms in een kachel in een strandtent, ook op het strand in de open lucht. Werd daarmee de kilte van de nacht te lijf gegaan, de jongelui verdreven honger en dorst door dranken en etenswaren weg te nemen. De politie arresteerde later op het strand een 17-jarig meisje zonder beroep uit Maastricht, en nog zeven jongens in de leeftijd van 15 tot en met 20 jaar, die uit Rotterdam, Haarlem, Amsterdam en Sittard bleken te komen. Zij trokken onder meer struiken en bomen omver.
   In de binnenstad werden drie jongens aangehouden, die een bromfiets hadden gestolen. Het waren een 15- en een 17-jarige bijrijder uit Amsterdam en een 17-jarige monteur uit Utrecht. Uit bouwketen in de omgeving van de Houtrusthallen werden ’s nachts drie jongens opgepikt, die er hadden ingebroken om de nacht door te kunnen brengen. Dit trio kwam uit Diepenveen, Brummen en Deventer.
   In overleg met hun respectieve ouders zullen allen, nadat de nodige processen-verbaal zijn opgemaakt, vandaag van het politiebureau kunnen worden afgehaald.
   De politie, die zaterdagavond op haar qui-vive was bij het optreden in de Houtrusthallen, had dit ergerlijk optreden niet verwacht. Naar schatting 50 tot 70 jongelui hebben overnacht in bouwketen bij bouwwerken in de buurt van de Houtrusthallen. Meer dan honderd jongelui hebben zich op het strand bezig gehouden”.
   Probeer de jeugd maar eens in toom te houden...
 
Harry Knipschild
2 juli 2014

Clips

* Bill Haley in Essen, 1958
* Politie treedt op bij Bill Haley in Stuttgart, 1958
* Freddy Cannon, Tallahassie Lassie, 1959
* Cliff Richard in Nederland, 1962
* Rolling Stones in Kurhaus
* 'Andere Tijden' over Rolling Stones in Kurhaus, 2011
* Tentoonstelling over Stones in Kurhaus, Muzee, Scheveningen, 2014

Meer informatie:
De Jongenskamer over de Stones op 8 augustus 1964

Literatuur
‘Freddy Cannon in Kurzaal. Politie brak optreden af om erger te voorkomen’, Nieuwe Leidsche Courant, 28 juni 1960
‘De Rolling Stones. Oerlelijk en bruut Brits beat-kwintet voert verpaupering als handelsmerk’, Leidsch Dagblad, 31 juli 1964
Willem van Kooten, ‘Rolling Stones op bezoek. Om nooit te vergeten’, Hitwezen, augustus 1964
‘Beatfans trokken spoor van vernielingen. Optreden Rolling Stones was rustig’, Nieuwe Holevoet, 17 april 1967
Hans Born, ‘Veertig minuten Stones’, Kink, 22 april 1967
René Spork, The Rolling Stones. The Kurhaus 1964. Proces-verbaal Kurzaal, Den Haag 2014