Zoeken

 

De Engelse popjournalist Steve Turner maakte in februari 1974 iets bijzonders mee. Hij had een vriendin, Meg Patterson, een vrouwelijke arts die experimenteerde met een apparaat om van verslaving aan heroine af te komen. In die tijd waren heel wat popmuzikanten aan de drugs. Brian Jones, Jimi Hendrix, Janis Joplin en Jim Morrison leefden niet meer. George, de Schotse echtgenoot van Meg, was in het verleden onder meer zendeling, journalist en filmer geweest. Meg en George waren nog niet zo lang geleden terug gekomen van een jarenlang verblijf in Hongkong. De man, aldus Steve Turner, was een specialist op het terrein van het smokkelen van opium, Aziatische politiek, satellietverbindingen en de bijbel.

   De journalist hoorde dat ze een nieuwe patiënt onder behandeling hadden. “Misschien ken je hem wel. Hij is werkzaam in de wereld waar jij over schrijft”. Omdat ze zelf zo lang in het Verre Oosten gezeten hadden hadden ze er niet het minste idee van wat voor figuur het was. Maar hij scheen nogal bekend te zijn. Zijn naam was Eric Clapton. Hij was 28 jaar.

 

Een onverwachte ontmoeting

 

Op 27 februari ging Steve Turner bij het echtpaar op visite. Eric Clapton, pas geschoren, zat op de bank. Hij luisterde naar muziek van de Doobie Brothers op zijn transistor-radio. De patiënt was blij met het bezoek. Al veertien dagen hadden ze hem van de buitenwereld afgesloten om te voorkomen dat hij achter de rug van de behandelende arts toch weer naar de drugs grijpen kon, schreef hij in het voorwoord van een boek dat twee jaar later verscheen. “Ik was een beetje bang dat het moeilijk zou zijn een fatsoenlijk gesprek aan te knopen. Het tegendeel was het geval. Het weer en de nieuwste singles hadden we in een mum van tijd verwerkt. Ik kon het bijna niet geloven. Het was nagenoeg onmogelijk geweest om met iemand van het kaliber van Eric Clapton een woord te wisselen. Al jarenlang deden de wildste geruchten over hem de ronde. En hier hoorde ik, een free lance journalist, een wonderbaarlijk verhaal over het vergankelijke van roem, dope, applaus en frustratie.

   Clapton vertelde me hoe bitter hij was over Cream [het trio met Jack Bruce en drummer Ginger Baker, 1966-1968]. Hij had de groep nooit helemaal zien zitten. Over de platen die Eric met Bruce en Baker gemaakt had was hij verre van enthousiast. Hij had zich altijd voorgenomen nooit met drugs te beginnen. Uit eigen ervaring wist hij wat voor vernieling dope nu eenmaal aanrichtte. Op een moment dat Eric het moeilijk had creatief te blijven had hij er toch niet vanaf kunnen blijven. Steeds meer hadden hij en zijn vriendin nodig. Als ze niet genoeg hadden sloegen ze met hun hoofden tegen de muur en brandden zichzelf met sigaretten.

   Een ander onderwerp was zijn relatie met Pattie Boyd, de vrouw van George Harrison. Hij had haar bezongen in ‘Layla’. Clapton, helemaal verliefd, was door Pattie afgewezen. Die affaire had het dubbelalbum ‘Layla and other assorted love songs’ opgeleverd. De muziek was doordrongen van de blues. ‘Als ze op dit moment de kamer zou binnenkomen zou ik op mijn knieën voor haar neervallen’, vertelde hij. Pas toen begreep ik hoe autobiografisch de songs van het album waren: ‘Bell Bottom Blues’, ‘She looked away’ en ‘Why does love got to be so sad?’”.
 
85 clapton steve turnerjpg
Eric Clapton (Cocaine) en Steve Turner (1975)
  
Steve Turner kon nauwelijks verwerken wat hij op dat moment meemaakte. Na een paar uur vertrok hij. “Mijn hoofd was meer dan verzadigd met informatie. Ik had honderden interviews afgenomen. Dit was evenwel de eerste keer dat ik doordrong tot de mens achter het zorgvuldig opgebouwde imago. Ik realiseerde me op dat moment hoe ver journalisten, die zich met rockmuziek bezig houden, af staan van wat er werkelijk aan de hand was. De informatie die artiesten meestal gaven was nauwelijks meer dan wat je in de biografieën las die door de platenmaatschappijen verstrekt werden”.

   Eric Clapton bevond zich in een bijzondere fase van zijn leven. Op dat moment had hij niets te verliezen behalve zijn bezittingen en zijn leven. Hij had geen nieuw album om te promoten. De moeilijke tijd die hij doormaakte om van de heroine af te komen bracht hem er toe openlijk over alles te praten. Hij wilde af van de leugens waarmee hij zo lang geleefd had. Er klopte niets van de verhalen dat hij zich een tijdje vrijwillig had terug getrokken. De waarheid moest eindelijk eens verteld worden.

   “Aan het einde van het gesprek gaf Eric me nadrukkelijk toestemming te citeren wat hij me verteld had. Ik mocht het gerust in een artikel gebruiken. Ik had geen cassette-recorder bij me en zou dan moeten opschrijven wat hij me in flarden verteld had en ik me nog kon herinneren. Ik stelde hem voor een paar keer bij elkaar te komen. In dat geval zou ik mijn recorder menemen en alles goed vastleggen. Misschien kon ik mijn verhaal wel aan het blad Rolling Stone verkopen. ‘Waarom niet?’, zei Eric”. Zo gezegd, zo gedaan. Twee dagen later volgde het eerste officiële interview.

 

Eric Clapton vertelt

 

Op 1 maart 1974 lagen Eric en Steve samen op het bed van het echtpaar. Eric aan het ene eind, Steve aan het andere. De gitarist kon het ‘ondeugende poeder’ al een tijdje niet meer gebruiken. Turner vroeg hoe hij zich voelde. Het antwoord was niet helemaal positief. Eric voelde zich verre van ontspannen. Hij maakte zich zorgen over zijn toekomst. “Als je een junkie bent hoor je bij een elite-club. Dat is het probleem”. Al zijn idolen waren junkies en ‘Layla’, zijn beste album tot dan toe, had hij opgenomen terwijl hij aan de heroine was.

   Ray Charles, Billie Holiday, Charlie Parker, noem ze maar op. Allemaal gaan ze dood, ze kunnen er niet van af blijven of ze worden gecontroleerd door de mafia. Heroine maakt je higher dan je voor mogelijk houdt. Het is stimulerend als je gitaar speelt. Een tijdje is het een bron van inspiratie. Maar niet lang. Vroeg of laat kom je op een pad naar beneden terecht. Ik heb mensen ontmoet die zeiden dat ik geweldig was toen ik nog niets gebruikte. Vroeger werd ik blijkbaar high door het manipuleren van mijn publiek. Ik herinner me nog goed dat ik in een van mijn eerste interviews aangaf dat mijn ambitie was de mensen te laten huilen met een enkele noot. Een gehoor manipuleren op die manier. Zoiets bracht me in hoger sferen”.

 

Eric Clapton vertrouwde aan de jonge freelance journalist toe dat hij met heroine begonnen was door het verlies van Pattie [Layla], de vrouw van George Harrison. Hij was ermee begonnen omdat hij bij de elite van muzikanten wilde horen die allemaal aan de drugs waren. Omdat het optreden alleen hem niet high genoeg maakte. Hij was gestopt vanwege zijn vriendin, maar ook omdat hij al die drugs niet meer kon betalen. Bovendien was hij vast komen te zitten in zijn muzikale loopbaan. Het was, maakte hij duidelijk, een combinatie van al die factoren. Clapton zocht naar woorden. Hij had naar eigen zeggen nog nooit met iemand over dit soort zaken gesproken.

   Turner begon weer over het einde van Cream. Opnieuw was het moeilijk voor Eric Clapton zijn gedachten te formuleren. De groep had zich aangetrokken dat niet alle recensies positief waren. Dat had een grote rol gespeeld in hun samenwerking. Ook de houding van het publiek had niet positief gewerkt, liet Eric zich ontvallen. Steeds kwam hij terug op zijn onzekere toekomst. Was er nog wel een toekomst voor hem? De Nederlandse gitarist Jan Akkerman had hem in 1973 verslagen in de Melody Maker-poll.

   “Ik hoor van iedereen dat ik over een maand een ander mens ben. Op dit moment voel ik dat helemaal niet zo. Het enige dat ik momenteel zie is mijn lijden van nu, mijn lijden van morgen en dat ik drie jaar van mijn leven verspild heb. Als ik mijn tijd niet verknoeid had zou ik op dit moment een stuk verder in mijn carrière zijn. Dan zou het me niet zo veel moeite kosten mijn naam in de muziekbladen genoemd te blijven krijgen. Journalisten zijn erg vriendelijk voor me. Af en toe laten ze mijn naam nog eens vallen zonder dat daar een aanleiding voor is. Al vier jaar win ik de poll van het blad Playboy. In die tijd heb ik geen noot gespeeld!”

   Clapton was doodsbenauwd, constateerde Steve Turner, dat hij nooit meer zo briljant zou kunnen spelen als in het verleden. Het was alsof hij zijn gitaar niet meer durfde oppakken. Er zou wel eens iets uit kunnen komen dat in muzikaal opzicht minder was dan de songs op het album ‘Layla’. Hij voelde zich zo onder druk gezet dat zijn creativiteit eronder leed. “Op dit moment kan ik geen noot spelen. Ik kan mijn gitaar niet oppakken en er iets mee doen. Mijn gevoel zegt me: dat zou dat een belediging voor muziek zijn”.

   Die dag, 1 maart 1974, was een moeilijke en ook vermoeiende dag voor Eric Clapton. Na een paar uur begon hij opnieuw aan de behandeling om van heroine af te komen. De machine die op elektro-acupunctuur gebaseerd was zette hij op zijn schoot. Aan beide oren bevestigde hij de uiteinden van stroomkabeltjes. Tijdens de behandeling praatte hij verder met de journalist. Het gesprek vlotte niet erg. Na een uur viel Eric in slaap.

 

“Clapton’s back”

 

85 clapton stigwood
Robert Stigwood en Eric Clapton arriveren in China Garden
 

Het duurde bijna drie maanden voor het gesprek vervolgd kon worden. Er was werk aan de winkel. Robert Stigwood, de manager van Eric Clapton, greep in. Na de behandeling met de elektro-machine trok de artiest zich, ogenschijnlijk helemaal gezond, terug op een boerderij in het noorden van Wales. Op het platteland moest hij weer aansterken. Op 10 april verscheen Eric voor het eerst sinds lange tijd in het openbaar. Onder het motto ‘Welcome back’ organiseerde Stigwood een feestje in China Garden, een restaurant in Soho (Londen). Turner was er blijkbaar ook bij. In zijn boek schreef hij dat Eric in een gebreide pullover arriveerde en dat hij in een hoekje ging zitten bij Pete Townshend, de gitarist van de Who, Elton John, Robert Stigwood en het echtpaar Patterson. Een paar dagen later was in de muziekbladen met grote letters te lezen: “Clapton’s back”.

 

Zo simpel was het niet. Eric had wat nieuw repertoire geschreven en songs van anderen uitgezocht die hij van plan was te ‘coveren’. Een paar dagen na zijn ‘come-back’ stapte hij in het vliegtuig naar Miami. Met drie muzikanten wilde hij een nieuwe groep formeren. Zes weken later had hij zo waar een nieuw album opgenomen. Zijn angst voor de toekomst was totaal verdwenen. Dat bleek toen de twee elkaar opnieuw spraken. Het interview voor het blad Rolling Stone moest immers voltooid worden.

   Steve Turner logeerde een paar dagen in het huis dat Clapton in 1969 voor dertigduizend Engelse ponden gekocht had. Het heette Hurtwood Edge en bevond zich in Ewhurst (Surrey). Op die plek hadden Blind Faith (met Stevie Winwood, Ginger Baker, Rick Grech, 1969) en Derek & the Dominos (de band van ‘Layla’) gerepeteerd alvorens zich in het gezelschap van Eric Clapton te presenteren. Een foto in het huis genomen had de hoes van het Blind Faith-album gehaald.
 
85 Blind Faith (huis Clapton)
Blind Faith poseert in Hurtwood Edge (1969)

 

In Hurtwood Edge was de laatste drie jaar niet veel meer gebeurd. Clapton had er gegeten, geslapen en televisie gekeken. Pattie Harrison had geholpen het weer een beetje op orde te brengen. “Het is een enorme troep. Er zijn wat dingetjes waar ik me lekker bij voel. Voor mij hoeft een huis er niet opgeruimd uit te zien”, met dat soort woorden verontschuldigde de popartiest zich. “Ik kan overal waar ik wil gaan zitten. Op zolder heb ik nog een bord om darts mee te spelen”.

   Turner vond het interessant te vermelden dat Eric Clapton bijna alleen maar albums met ‘zwarte muziek’ had: reggae, blues, gospel en soul-muziek. Rockmuziek, gespeeld door blanke muzikanten ontbrak vrijwel volledig.

   Eric hielp mee de spullen van Steve naar de logeerkamer te dragen. Wat is je bagage zwaar, merkte hij op. “Ik legde uit dat ik exemplaren van al zijn albums bij me had. De platen zouden me op ideeën kunnen brengen tijdens de gesprekken”.

   “‘Echt waar?’, zei hij. ‘Mag ik ze bekijken?’”

   Ik haalde ze te voorschijn en hij nam ze mee: ‘Eric Clapton’, ‘Disraeli Gears’ [Cream], ‘Wheels of Fire’ [idem], en ‘On Tour with Delaney and Bonnie’. Hij wilde die aan Pattie [Harrison] laten horen. Die zou ’s avonds op bezoek komen. Zelf had hij geen exemplaren van zijn eigen albums”.

   Clapton bleek een groot liefhebber te zijn van ‘Monty Python’s Flying Circus’. “Ik ben altijd gek geweest van idioten”, zei hij. “Ik hou van idioten. Ik voel me met hen verbonden. De humor van Monty Python is het soort humor dat je in rock-bands terug vindt”. Eric was kwaad geworden, vertelde hij, toen hij in een Amerikaans blad een negatieve recensie van de serie las. Pas toen het blad Time zich er positief over uitliet was hij enigszins gekalmeerd.

 

‘461 Ocean Boulevard’, met de single ‘I shot the sheriff’

 

Een gesprek met Eric Clapton, eind mei 1974, was natuurlijk niet mogelijk zonder het resultaat te horen van de opnamen die hij een paar dagen eerder in Miami gemaakt had. Het album ging ‘461 Ocean Boulevard’ heten. Gewoon het adres van de studio. De banden die Eric had meegenomen werden afgespeeld. Voor Turner was het flink wennen. “Als ik een nieuwe plaat hoor zeg ik nooit meteen wat ik ervan vind”, legde hij zijn lezers uit. Je kon er later misschien wel spijt van hebben als je dat deed. In alle eerlijkheid moest de journalist in eerste instantie nogal wennen aan de opvolger van ‘Layla’. In plaats van het rouwe geluid van Derek & the Dominos was de muziek voor zijn gevoel heel teer en ontspannen. Pas later, bekende hij in het boek, was hij ‘461 Ocean Boulevard’ gaan waarderen.

   Vanzelfsprekend vroeg hij Clapton of deze met zijn nieuwe album ook op toernee zou gaan.

   “Ik worstel ermee”, was het antwoord. “De muziek scene is een en al drugs. Voor ik het weet ben ik weer verslaafd. Of ik bereik een punt waarop ik gewoon zeg: ‘Nee, dank je’. Ongetwijfeld zal iemand mijn kleedkamer binnenlopen met iets. Dat gebeurt altijd. Dat is voor mij het heikele punt als ik opnieuw ga toeren. Het gaat me niet om het geld of het spelen voor publiek”.

   In een paar maanden tijd, aldus Turner, was Eric Clapton ineens heel anders over dope gaan denken. Drugs waren bijna zijn vijand geworden. Een paar maanden eerder geloofde hij nog dat hij beter zong als hij heroine gebruikt had. Daar was nu geen sprake meer van.

  

Kort na de logeerpartij vloog Clapton naar Barbados om er te repeteren met zijn nieuwe band. Die bestond uit bassist Carl Radle (ex-lid van de Dominos), drummer Jamie Oldaker, toetsenman Dick Sims, gitarist George Terry, zangeres Yvonne Elliman en hij zelf natuurlijk. De eerste optredens vonden plaats in Stockholm en Kopenhagen.
   Chris Welch was erbij in Kopenhagen. De journalist van het blad Melody Maker had niet die speciale relatie met Clapton als Steve Turner. In het begin van het artikel schreef hij dan ook over 'Eric’s apparent determination to break out of the self-imposed hibernation of the last few years. Since Derek and the Dominos folded-up, Clapton has withdrawn from the world’.

   De man die een paar jaar geleden was uitgeroepen tot best geklede man van Engeland, constateerde Welch, was totaal veranderd, hij was gekleed als een vogelverschrikker. Met het gitaarspel van Clapton was volgens Welch nog steeds niets mis. Het optreden van de nieuwe band, aangevuld met Legs Larry Smith vond plaats in een sporthal. Vooral oud repertoire werd ten gehore gebracht, zoals ‘Badge’, ‘Have you ever loved a woman’, ‘Can’t find my way home’, ‘Tell the truth’ en ‘Layla’. De groep speelde ook ‘Little Queenie’ van Chuck Berry en ‘Willie and the Handjive’. De nieuwe Clapton-song ‘Give me strength’ viel bij de journalist goed in de smaak.

   Na afloop liet het gezelschap zich onder leiding van Robert Stigwood entertainen in een sex-club. Chris Welch, aldus het verslag dat op 29 juni in Melody Maker afgedrukt werd, slaagde er nog in een enkele vraag aan Clapton te stellen. Hoewel hem voor zijn komst duidelijk was gemaakt dat interviews niet toegstaan waren. Hoe zit het met je nieuwe plaat, vroeg hij.

   “It’s called 461 Ocean Boulevard, which is the address of the record studio in Miami. Wait ’till you hear it. You’ll love it. It’s really great. We’re bringing out a single too, it’s ‘I shot the Sheriff’ by the Wailers”, dat was zo ongeveer het enige dat hij kon optekenen. Eric Clapton had meer belangstelling voor Yvonne Elliman. Samen zaten ze aan de bacardi.

 

85 Clapton Eric 461 Ocean Boulevard
 

Een paar weken later was de band uitgebreid op toernee in Amerika. Het nieuwe album moest Eric Clapton terug aan de top brengen. In juli publiceerde Rolling Stone het interview dat Turner in de afgelopen maanden tot stand had weten te brengen. De recensies in de pers van het album waren niet allemaal even goed. Volgens de Amerikaanse popjournalist Jon Pareles was ‘I shot the Sheriff’ niet bijzonder origineel. Clapton was niet meer de briljante gitarist van vroeger. Hij had zich nu een beetje verscholen in zijn band. De mening van de pers deed in kommercieel opzicht niet ter zake. Airplay op de radio was waarschijnlijk belangrijker om het grote publiek te bereiken. Zowel de single ‘I shot the Sheriff’ (een song van Bob Marley) als ‘461 Ocean Boulevard’ bereikten de bovenste plaats van de hitlijsten.

   Ook in Nederland had hij succes. Van het album werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht in die tijd. Dat was meer dan alle eerdere Clapton-albums bij elkaar. ‘I shot the Sheriff’ bereikte de vijfde plaats in de top 40. ‘Layla’ had de top 40 nooit gehaald.

 

In zijn boek meldde Steve Turner dat hij heel wat reacties kreeg op zijn onthullingen over het drugsgebruik van Eric Clapton. Diverse briefschrijvers lieten weten dat de zanger-gitarist het ene kwaad voor het andere verruild had. Zo hij al geen heroine meer gebruikte, van de fles kon hij blijkbaar niet afblijven. “Toen ik het interview las”, schreef een fan, ‘moest ik vreselijk lachen. Eric Clapton was stomdronken toen hij in Buffalo [New York] optrad. Hij was zo dronken dat hij niet meer kon zingen. Steeds schold hij het publiek uit. Veel fans liepen weg voor de show afgelopen was”.

   Clapton reageerde zelf eveneens: “Door die openhartige opmerkingen over drugs denken de mensen dat ik een freak ben. Bovendien kwamen we bijna Australië niet binnen. Misschien had ik beter mijn mond kunnen houden. Ik weet dat ik iemand over mijn heroine-verslaving moest vertellen. Maar nu komt het allemaal op een vreemde manier bij me terug. De mensen die ik ontmoet beginnen er steeds over”.

   Eric Clapton was terug. Maar hij was niet meer de Eric Clapton zoals de mensen hem kenden. Niet meer de Eric Clapton waar ze aan gewend waren.

 

De autobiografie

 

In 2007 publiceerde Eric Clapton zijn autobiografie. Het boek werd door Frans Reusink in het Nederlands vertaald. Een van de hoofdstukken was getiteld ‘Verloren jaren’. Clapton greep de gelegenheid aan zijn eigen visie over de gebeurtenissen in 1974 te geven. Steve Turner noemde hij niet.

   “Elke week besteedde ik zo’n 1000 pond aan heroine”, legde Eric vast. “Een tijdlang lukte het me het werkelijke bedrag verborgen te houden voor Robert Stigwood, maar uiteindelijk kwam hij er achter wat er werkelijk aan de hand was. Ik kreeg een bericht van kantoor dat de geldvoorraad op begon te raken en dat ik binnenkort mijn spullen zou moeten verkopen als ik mijn levensstijl wilde voortzetten”.

 

85 echtpaar patterson
Uit het boek van Steve Turner
 

De behandeling door het echtpaar Patterson ‘bestond uit een vorm van acupunctuur, waarbij een in China ontwikkelde elektrische stimulator werd gebruikt die Meg in Hongkong had gekocht. Het was een kleine, zwarte doos waar draden uit kwamen met klemhaakjes eraan waar kleine naalden aan vastzaten, die op verschillende punten rond het oor bevestigd dienden te worden. De behandeling behelsde drie dagelijkse sessies van een uur. Meg maakte meteen duidelijk dat er vanaf dag één geen heroine meer gebruikt mocht worden. Dat was nogal schokkend, want ik had gedacht dat de ontwenning stapsgewijs zou plaatsvinden’.

   Clapton werd nog op een andere manier aangepakt. “George was een overtuigd christen en begon voortdurend over God, het christendom en Jezus, wat me nogal overdonderde omdat ik zo kwetsbaar was. Ik vond dat hij misschien wel misbruik maakte van de situatie. Ik was enigszins op mijn hoede. De spiritualiteit die ik tot dan toe in mijn leven had ervaren had weinig te maken met een erkende godsdienst. Voor mij was muziek het meest betrouwbare medium voor spiritualiteit gebleken. Met muziek kan niet worden gemanipuleerd, en als dat wel gebeurt komt dat meteen aan het licht. Dat kon ik hun op dat moment natuurlijk niet uitleggen”.

   Het afkicken ging niet vanzelf. “Op een keer mocht ik alleen weg. Ik ging naar een paar vrienden van me en kreeg een flesje Viseptone te pakken. Ik smokkelde het mee naar Megs huis en verstopte het tussen mijn kleren. Wat ik niet wist, was dat ze mijn spullen controleerde. De volgende dag, tijdens de lunch, toonde ze in het bijzijn van de kinderen ineens het flesje. Ze zei dat ik haar bedrogen had en dat mijn gedrag walgelijk was. Daarna spoelde ze de methadonsiroop door de gootsteen. Het was vernederend. Ik trok me vanaf dat moment terug in mezelf”.

 

Clapton uitte zich vol lof over Robert Stigwood, zijn manager, ook ‘in bange dagen’. “Tijdens mijn verslaving had Robert er altijd op vertrouwd dat ik er doorheen zou komen. Hoewel het een enorme gok voor hem was geweest, was hij niet van mijn zijde geweken. Een van de eerste dingen die ik bij terugkomst dan ook deed, was een afspraak met hem maken.

   ‘Wat wil je doen?’ vroeg hij. ‘Ik weet namelijk wel wat ik wil dat je gaat doen’.

   Ik zei: ‘Ik heb heel veel ideeën, en ik geloof dat ik een plaat wil maken’.

   ‘Dat is uitstekend’, zei hij, ‘want dat is precies wat ik ook in gedachten had. Hier zijn je tickets voor Miami, de studio is al gereserveerd. Tom Dowd is de producer en de technicus, als jij dat oké vindt’.

   En dat was het dan. Alles was van tevoren al geregeld, ze zaten op me te wachten. Stigwood had zelfs al een huis gehuurd, een luxueuze woning aan zee in Miami Beach. Ik vloog er meteen heen”.

   Over zijn omgang met Yvonne Elliman, zes jaar jonger, was Clapton nauwelijks terughoudend. “Aangezien ik de jaren daarvoor praktisch geen seksleven had gehad, lag wat er in die opgewonden sfeer rond de opnames gebeurde nogal voor de hand. Yvonne en ik begonnen meteen met elkaar te flirten en om elkaar heen te draaien, en binnen de kortste keren hadden we een gepassioneerde verhouding. Ze genoot ervan om lol te maken, te drinken, hasj te roken en uit te gaan met de jongens. Ik vroeg haar of ze lid van de band wilde worden”. Stigwood was tevens manager van Yvonne Elliman, die de rol van Maria Magdalena speelde in zijn rockmusical ‘Jesus Christ Superstar’. “Stiggy vond het erg belangrijk dat we zouden samenwerken”.

 

85 Eric Clapton Yvonne Elliman
Samenwerking Yvonne Elliman en Eric Clapton
 

Clapton besefte, schreef hij, dat hij in 1974 als muzikant een andere richting ingeslagen was. “Ik was dat gitaarheld-gedoe meer dan zat. Ik wilde opgaan in de band en meer slaggitaar spelen. Meer en meer volgde ik het voorbeeld van J.J. Cale”.

   George Terry kwam in Miami aanzetten met het album ‘Burnin’’ van Bob Marley. “Van hem en de Wailers had ik nog nooit gehoord. Toen George het album liet horen, was ik diep onder de indruk. Hij was vooral dol op ‘I shot the sheriff’ en bleef maar zeggen: ‘Dit moeten we opnemen. We kunnen er een geweldige versie van spelen’. Maar het was zuivere reggae en ik wist niet of wij dat nummer wel recht zouden doen. Toch namen we het op. Ik was er niet kapot van. Toen de sessies zo’n beetje ten einde waren en we begonnen met de montage, zei ik dat ik vond dat we ‘I shot the sheriff’ niet op het album moesten zetten. Onze versie deed geen recht aan het nummer van de Wailers. Maar iedereen zei: ‘Nee! Nee! Dit is een hit, echt!’.

   En inderdaad: toen het album uitkwam en de platenmaatschappij dat nummer had uitgekozen om als single uit te brengen, stond het tot mijn niet geringe verbazing binnen de kortste keren op nummer één. Bob Marley belde me op toen de single uitkwam en leek er heel tevreden over. Ik vroeg hem waar het nummer over ging, maar begreep niet veel van zijn antwoord. Ik was vooral opgelucht dat hij blij was met wat wij hadden gemaakt”.

 

Het vervolg

 

85 Boyd Pattie
Pattie Boyd (Layla)
 

De muziek van Eric Clapton werd door de aanhang steeds op handen gedragen. Dat was anders bij de popjournalisten. Die bleven terugkijken op ‘Layla’ van Derek & the Dominos . In de pop-encyclopedie van Oor werd ‘Layla’ ‘tot één van de klassieke rockelpees’ gerekend. Daarna was het alleen maar minder geworden. In de editie van 1982 werd Clapton afgeschilderd als een ‘uitgebluste gitarist met schommelstoelmuziek’. Clapton had volgens de redactie van de encyclopedie ‘door de heroineverslaving een metamorfose ondergaan. Hij was hij minder energiek geworden en was zelfs bang voor al te enthousiast publiek. Hij manifesteerde zich meer als zanger en zijn gitaar was naar het tweede plan verdrongen’.

   Het verschil in houding tussen publiek en pers werd mij nog eens duidelijk bij een concert in de Amsterdamse Jaap Eden-hal in de tweede helft van de jaren zeventig. Het gehoor was razend enthousiast. De meeeste popjournalisten bevonden zich niet in de zaal maar in de kantine en dronken samen hun biertje. Clapton maakte geen interessante muziek meer. Dat wisten ze wel, ook zonder de zaal binnen te lopen. Eric moest diverse toegiften geven. De volgende dag was in heel wat kranten te lezen hoe waardeloos het optreden geweest was. Het publiek zou zich in zekere zin hebben laten bedotten. In het boek ‘Keihard & Swingend’ over de jongensjaren van Muziekkrant Oor (2011) wordt Eric Clapton door auteur Barend Toet niet genoemd. Oor verscheen voor het eerst in 1971.

   De muziek van Eric Clapton is anno 2011 nog steeds populair. Een graadmeter is de top 2000. In die van 2010 werd hij onder eigen naam zeven keer geklasseerd: met ‘Tears in heaven’, ‘Layla’, ‘Wonderful Tonight’, ‘Let it grow’, ‘After midnight’ (1970, een song van J.J. Cale), ‘Forever man’ en ‘I shot the sherrif’. Cream was vertegenwoordigd met twee titels: ‘White Room’ en ‘Sunhine of your love’, Derek & the Dominos met de rockversie van ‘Layla’.

 

Harry Knipschild

4 oktober 2011
 
Clips
 
Literatuur
Chris Welch, 'Eric Clapton at the China Garden', Melody Maker, 20 april 1974
Chris Welch, 'Danish Blues Power: Eric Clapton', Melody Maker, 29 juni 1974
Steve Turner, 'The Rolling Stone interview: Eric Clapton', Rolling Stone, 18 juli 1974
Steve Turner, Conversations with Eric Clapton, Londen 1976
Constant Meijers, Frans Steensma, Jan-Maarten de Winter, Muziekkrant Oor's eerste Nederlandse Pop Encyclopedie. Editie 1982, Amsterdam 1981
Eric Clapton, De autobiografie, Amsterdam 2007
Barend Toet, Keihard & Swingend. De jongensjaren van Muziekkrant Oor, Amsterdam 2011