Zoeken

 

Anneke Grönloh werd op 7 juni 1942 geboren in Tondano op het eiland Celebes (Sulawesi). Samen met haar moeder bracht ze de eerste jaren van haar leven door in een Japans kamp. In 1950 belandden moeder en dochter in Nederland. Anneke groeide op in Eindhoven. Peter Koelewijn (geb. 1940) zat een klas hoger op dezelfde school. Zo gek was het dus niet dat Anneke en Peter gezamenlijk op de bühne stonden.
  In een interview met muziekkrant Oor vertelde Koelewijn in 1972: “De eerste keer dat ik zelf optrad? Ja, daar heb ik zelfs nog een foto van. Toen zat ik nog op de Mulo, en Anneke Grönloh zat bij mij op school. De taak van Anneke bestond hieruit, dat ze mij een speelgoedsaxofoontje moest aanreiken en daar speelde ik dan een solo op. We deden nummers als ‘When the saints’ en zo. Een schoolfeest was dat. Een bandje met vriendjes”.
 
025   1 Grönloh 1958 (Koelewijn, Van Hoof)

 

Harry van Hoof (l), Peter Koelewijn (m), Anneke Grönloh (r), schoolfeest Eindhoven
 

Peter Koelewijn en zijn Rockets hadden in 1960-1961 grote hits met ‘Kom van dat dak af’ en ‘Marijke’. Begin 1961 werkten Anneke en Peter opnieuw samen, nu in de studio van Phonogram. Niet iedereen was meteen enthousiast. Op 8 maart was in de Leeuwarder Courant bijvoorbeeld te lezen:
    “Van Anneke Grönloh is bij Philips een 45-toerenplaatje gemaakt, dat alleen bij een publiek van teenagers wellicht enige aanhang zal krijgen. De tekst van ‘Ik ben zo verlegen’ heeft weinig om het lijf en het wordt door Anneke wat gewild Nederlands-Engels gezongen. Peter en zijn Rockets verzorgen met veel lawaai de begeleiding en de saxofoon piept enkele keren verraderlijk. ‘Ma, hij wil zo graag een zoen’ (de keerzijde) is bijzonder lawaaiig, zowel van Anneke als van de Rockets en de saxofoon krijst vaak afgrijselijk, maar dat is natuurlijk de bedoeling. We kunnen ons overigens voorstellen dat de jeugd er wat je noemt ‘wild’ van wordt. Wij niet”.

 

Brandend Zand

 

In de zomer van 1962 kwam de doorbraak voor Anneke Grönloh. Johnny Hoes maakte een vertaling van het Duitse liedje ‘Heisser Sand’. Dat bleek een schot in de roos. Met ‘Brandend zand’ bereikte Anneke voor het eerst een notering in de Nederlandse bestsellerlijsten. Het werd meteen een nummer één-hit en een gouden plaat. Meer dan honderdduizend exemplaren gingen er van ‘Brandend Zand’ over de toonbank. Ook de opvolgers ‘Paradiso’ (najaar 1962) en ‘Soerabaja’ (voorjaar 1963) bereikten de hoogste positie op de Nederlandse hitlijsten én de gouden status. Grönloh was ineens een tienerster zoals er nog nooit een in Nederland geweest was.

 

In de zomer van 1963 was ‘Cimeroni’ al weer hard op weg naar een hoge klassering. Een verslaggever van het Dagblad voor Amersfoort wist op 19 augustus te melden dat er al bijna 25.000 stuks van verkocht waren. Het succes was voor hem aanleiding om eens met het teenageridool op stap te gaan. “Op een zomeravond zijn wij met Anneke en haar moeder in haar razendsnelle Chrysler Valiant (nieuwprijs rond 13.000 gulden) van Amsterdam naar Voorthuizen gereden. Het ging snel, want Anneke heeft een kleine driftige voet, die het gaspedaal nerveus bespeelt. De snelheidsmeter danste rond de 140, en we waren er zo”.

 

 

 
025   2 Grönloh 1962.11.15 Amersfoort
Dagblad voor Amersfoort, 15 november 1962

 

Anneke en haar moeder vertellen over de schaduwkanten van het succes

 

De journalist werd gaandeweg bijgepraat over het wel en wee van moeder Grönloh en haar twee dochters, Anneke en Tjula. In het begin was het zwaar. “Ik heb in restaurants in Eindhoven staan afwassen, omdat we geen geld thuis hadden”, vertelde de zangeres. Anneke kreeg een baan als typiste bij de DAF. In 1959 werd ze ontdekt bij het Cabaret der Onbekenden in Eindhoven. Haar moeder, die nog altijd moeite met de Nederlandse taal had, nam het management op zich. “Meneer”, zei moeder, “ik ben zuinig op mijn kinderen, en niemand kan mij dat kwalijk nemen”.

   Binnen een week had Anneke minstens drie optie-contracten bij platenmaatschappijen getekend. Toen kwam Philips, d.w.z. Phonogram. “Ze boden het minste, maar iedereen zei, dat we daar het veiligste waren”, zei moeder. Ze zat alleen met de optie-contracten van de anderen. Zes maanden lang heeft Anneke geelzucht gehad. Moeder maakte daarvoor haar gezicht geel met Indonesische kruiden. “’t Moest elke dag, want de heren konden elke dag komen”, aldus Anneke. Moeder: “Ik moest daarvoor toch zo liegen, meneer. Maar wat moesten we doen?”

   Phonogram had het hart van moeder Grönloh gestolen met het geven van complimenten. “Bij Phonogram zeiden ze: ‘Ze kan alles, hoge en lage registerbeheersing, stemvolume, gevoel voor showbusiness’”. Met zo’n platenmaatschappij wilde ze wel in zee.

 

 
025   3 Gronloh moeder
Anneke met moeder

 

Het plotselinge succes leek mooi, maar gaf ook een heleboel zorgen, hoorde de journalist. Contracten hebben haar (en vooral haar moeder) begraven onder stapels zorg. Organisatietalent bezat niemand in de kleine familie. Moeder nam alles aan, en kwam van alles niet na ook. Soms ontdekte ze, dat ze voor één avond drie contracten had getekend. Dat kon natuurlijk niet. Ze zong dan ‘ergens’, en vroeg de organisatoren aan niemand te vertellen, dat ze er gezongen had.

   Op twee andere plaatsen zaten dan duizenden mensen te wachten. Thuis wachtte moeder in de zenuwen achter de telefoon. “Ik zei dan maar weer, dat Anneke toch zo ziek was”. Ten slotte geloofde niemand in Nederland meer dat ze ooit ziek kon zijn, bovendien dreigden er advocaten met processen. En er was de belasting.

   Het geld was in grote hoeveelheden binnengekomen. Moeder en dochter hadden er geen idee van hoe ze daarmee moesten omgaan. De krantenman stelde wat vragen. Geef je veel geld uit, Anneke?

   “Nou ja. Ik koop graag jurken en kleren. Ik ben gek op kleren, mooie kleren. En ook gek op sieraden, goud vooral. En moeder ook”.

   Als er geld overbleef werd het weggestopt, in een kast, of misschien wel onder de matras, vertelde de manager tevreden, terwijl ze genietend nipte aan een sherry brandy. En zo kwam het in de krant. Nuttige informatie voor de fiscus dacht ik toen ik het artikel recentelijk las. In de muziekwereld deden korte tijd daarna verhalen de ronde dat Anneke volkomen onverwacht een enorme ‘aanslag’ te verwerken had gekregen.

 

Het leiden van een normaal leven was voor het idool niet meer mogelijk. “Het fenomeen populariteit stormde opeens op het kleine meisje uit Indonesië af”. Ze verhuisde naar Amsterdam, impresario’s kwamen en gingen. “Midden in de nacht gaat soms de telefoon, om half vijf in de ochtend. Het is dan altijd dezelfde jongen, hij komt zeggen, dat hij mij liefheeft. En om half acht ’s morgens herhaalt hij dat. Hij zegt er dan bij, dat hij nu naar zijn werk gaat. Ik ga wel eens winkelen. Maar dat kan alleen voor vier uur ’s middags. Ik ben eenmaal naar de Bijenkorf geweest na vier uur ’s middags. Tientallen kinderen komen er dan aangestormd. Ik ga nooit uit. Dat kan niet. De mensen staren je aan. Daar heb je d’r zeggen ze. Een enkele keer met vriendinnetjes ga ik wel eens buiten Amsterdam een avond uit. Als de mensen komen vragen of ik Anneke Grönloh ben, zeggen de vriendinnetjes: Nee, ze lijkt alleen op haar, déze heet Nelly Steensma. En dan gaan ze weg”.

  

Het leven van Anneke was een puinhoop geworden, als je tenminste geloofde wat er in het Dagblad voor Amersfoort was afgedrukt. Een ongeluk in een zeer snelle Cooper leverde haar bovendien een hersenschudding en een gebroken enkel op. Bij plaatopnamen kwam Anneke of te laat, of niet. “Dat komt niet, doordat ze niet wil”, zei men, “maar doordat ze soms een beetje wazig is. En misschien ook wel moe”. Bij voorstellingen kwam Anneke vaak te laat. Dat gaf boze gezichten bij andere artiesten, die soms al twintig jaar op de planken stonden. (“Wat mot die snotblaag laat komen”).

 

Fred Hartog (Phonogram) biedt een helpende hand

 

025 - 4 Gronloh gouden plaat

Weer een gouden plaat
 
De zangeres was tot de conclusie gekomen dat het zo niet langer kon doorgaan, meldde de journalist. Ze was naar haar platenmaatschappij gelopen. Die produceerde een ‘oom’-figuur voor haar. Fred Hartog - dat was zijn naam - had Anneke geleerd ruim op tijd te komen. “Lieve schat, dan heb je de tijd om te schminken en tot rust te komen”. Want bij elk optreden stond ze onder zware spanning.

   Het was ook voorgekomen, dat ze ergens zong, maar na afloop geen geld kreeg. De oom van Philips had sedert december alle contracten afgesloten, een andere oom van Philips regelde het buitenlandse optreden, trips naar Singapore, vliegtrips naar Berlijn om voor tv op te treden (ze was als de dood in een vliegtuig), tv-werk in München en Dusseldorp.
 

Fred Hartog hield tevens haar agenda bij. Hij belde op: “Anneke, je moet om twaalf uur in Hilversum in de studio zijn. Denk je er om?”

   “Ja meneer Hartog”.

   Dat was om tien uur ’s morgens. Om elf uur belde hij nog eens” “Vergeet je ’t niet, om twaalf uur in de studio”.

   “Ja meneer Hartog”. Dan kwam ze nog wel eens om half één, maar dat was dan geen doodzonde.

   Zo regelde de employee van Phonogram de contracten met de impresario’s, de wegenbelasting, inkomstenbelasting en omzetbelasting. Ook de bandenspanning van de auto, het olie verversen etcetera. Hartog: “Ik sta in voortdurend contact met de huisdokter. Een prima arts, die haar door en door kent. Als hij de hand opheft en zegt ‘stop’, dan is het stop. We zijn wel commercieel bij Phonogram, maar we zorgen voor onze mensen. Anneke krijgt van één augustus af ook zangles en spraakles”.

   Anneke Grönloh kon immers geen muziek lezen, alles ging op gehoor. Ze was geweldig onzeker (en vaak bang), maar de platenmaatschappij had een hoop zekerheid in haar leven geschapen.

   Fred Hartog was er bovendien in geslaagd om moeder en dochter goed te doen begrijpen, dat geld veiliger op de bank stond en dat je het daar ook weer kon afhalen, wanneer je dat wilde. De directeur van de bank was het komen bevestigen. En ook daarvoor belde hij dus op: “Deze week geld naar de bank gebracht Anneke?”

   “Jawel meneer Hartog”.

   Anneke Grönloh kon het artiestenleven eindelijk weer een beetje aan. Dat was ook nodig. Het optreden in Voorthuizen was één van de meer dan vijftig voorstellingen tussen half juli en eind augustus. Van één tot 20 augustus stonden er 35 voorstellingen op het programma, tien voorstellingen per week.

 

Anneke in Voorthuizen

 

In Voorthuizen moest ze in een muziektent als sluitstuk optreden van een open lucht-amusementsprogramma. Er zaten ongeveer 3000 mensen op houten banken, vooral veel kinderen. Ze kwamen allemaal voor Anneke. Die avond ging aanvankelijk vrij rustig. Maar tegen het einde werden de organisatoren onzeker. Zij vreesden de jeugdige horden, die na afloop de muziektent, en de daarachter gelegen kleedkamer zouden bestormen.
   In de pauze liep een Eindhovense jongen de kleedkamers binnen.
   In een hoek stond Anneke met haar moeder. Geschminkt, in cocktailjurk, met een peignoir er over heen.
   De jongen uit Eindhoven kwam stralend op haar af, want ze hadden samen op school gezeten. En Anneke was ook blij. Ze lachten wat samen, en babbelden. Ten slotte zei de jongen: “Zeg An, ik heb een paar vriendinnetjes uit Eindhoven bij me, en ze willen graag een handtekening”. En Anneke: “Kom dan na afloop even, als ik klaar ben”.


Het liep anders. Want nadat Anneke ‘Brandend Zand’, ‘Paradiso’, Soerabaja’ en haar nieuwe succes ‘Cimeroni’ gezongen had kwamen de organisatoren onder grote spanning. Met stevige mannen sloten zij de paden naar de muziektent af, zodat niemand ‘achter’ zou kunnen doordringen. De Eindhovense jongen echter stapte zo resoluut en ‘gewoon’ naar de kleedkamers, dat niemand zijn aanwezigheid opmerkte, tot hij – met de autogrammen in de hand – voor Anneke stond. “Oh ja”, zei Anneke. Verder kwam zij niet, want als een tijger stortte een van de organisatoren zich op hem, greep hem met de linkerhand in de kraag, gaf één, twee meppen, sleurde hem de deur uit, terug naar de massa buiten. Tijd om iets uit te leggen was er niet. Anneke Grönloh liet de mond angstig openvallen. Pas na lange tijd kon zij zeggen: “Maar die jongen ken ik nu juist, en die jongen mocht wel”.

   Toen we weggingen kwam de horde, rapporteerde de verslaggever. “Vanuit het duister stormde zij opeens aan. Honderden jongens en meisjes, papiertjes in de hand, roepend, schreeuwend. Omringd door een lijfwacht werd Anneke naar haar auto geleid. Toen de portieren dichtgewrongen waren sloegen kleine vuisten dreigend op het dak, en op de motorkap. Toen startte zij, wég waren we. En ze zei: ‘Is het niet verschrikkelijk?’ Er stond iets van angst en afgrijzen op haar gezicht. ‘Is het niet verschrikkelijk? En nu waren ze nog rustig. Ze hebben laatst een avondjurk aan flarden gerukt’. ‘Ja meneer’, kwam de stem van moeder achter uit de auto, ‘een nieuwe was het’”.

 

***

 

 

025   5 Grönloh huwelijk
Het bruidspaar, Ria Valk, moeder Grönloh

 

Het plaatsucces van Anneke Gronloh ging nog even door. Ook ‘Cimeroni’ haalde de eerste plaats op de Nederlandse hitlijsten. Anneke had bovendien geluk in de liefde. Wim-Jaap van der Laan, een ‘plugger’ van platenmaatschappij Artone, en de teenagerster vonden elkaar. Ze trouwden in 1964. Het huwelijk was een succes. Aan haar platencarrière kwam echter snel een einde. “Door de snelle opkomst van de Merseybeat is er geen plaats meer in de hitparade voor Gronloh. Ze scoort geen hits meer. Ondanks het uitblijven van hits blijft ze gewoon doorgaan met zingen. Ze blijft een gewaardeerd artieste. In 1997 werd Gronloh benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau”, is te lezen op haar eigen website. Al vijftig jaar is Anneke Grönloh een vedette, een bekende Nederlander, zoals dat tegenwoordig heet, en heeft nog steeds succes met haar optredens.

 

Harry Knipschild

18 april 2010
 
 
Clips
Literatuur
'Anneke Grönloh, 'Ik ben zo verlegen'', Leeuwarder Courant, 8 maart 1961
'Nog een gouden plaat voor Anneke Grönloh', Dagblad voor Amersfoort, 15 november 1962
'Anneke Grönloh in twee jaar lieveling van het publiek. 'Oom van Philips regelt haar leven'', Dagblad voor Amersfoort, 19 augustus 1963
Pim Oets, 'Peter Koelewijn. De vrouwen moeten er een nat kruis van krijgen', Oor, 25 oktober 1972
'De levende legende - Anneke Grönloh', website Anneke Grönloh, gedownload 28 januari 2007