Zoeken

 
 
Het is een bekend verhaal. In de fifties werd pop-muziek populair bij de jeugd. Op de Hilversumse radio, wat we nu de publieke omroepen noemen, hoorde je die echter bijna niet. Alleen de allergrootste hits kwamen aan het einde van het AVRO-programma Arbeidsvitaminen nog wel eens aan bod.
   In het boek Dit was Veronica (2008) noteerde auteur Auke Kok wat Joost de Draayer hem over zijn jeugd verteld had: “In de jaren vijftig was Willem van Kooten wat rock & roll betreft nauwelijks aan zijn trekken gekomen in de Nederlandse ether. Wat voor hem opwindend was, was voor de zuilen aanstootgevend. Om de wereldhit ‘Rock around the clock’ van Bill Haley te horen, moest hij naar de kermis van Hilversum. In de bokstent speelden ze dat nummer veelvuldig. En iets later, in zijn korte Amsterdamse studentenleven, tussen de hoerenpanden, ving hij flarden van rock & roll op die door een open raam naar binnen kwamen, afkomstig uit een café waar Amerikaanse soldaten zich vermaakten bij een jukebox”.
   De Nederlandse situatie was niet uniek. Anders dan in de VS hield de overheid in West-Europa de touwtjes in handen. Vrije radio bestond niet. Ook niet in Engeland. In zijn autobiografie My Life, My Way (2008) liet Cliff Richard over die tijd vastleggen: “ We hadden een kleine kristal-ontvanger met koptelefoons. Om de beurt luisterden we [in het gezin] naar radio Luxemburg en af en toe naar de American Forces Network (AFN), die alle doo-wop muziek speelde. Toen kocht mijn vader een draagbare radio”. Geen woord over de BBC. Wilde je popmuziek horen dan week je noodgedwongen naar Luxemburg of de Amerikaanse legerzenders uit. Ondanks de vaak erbarmelijke geluidskwaliteit.
 
101 - Haley Bill Bill Haley & his Comets, Rock around the clock
 
Heel begrijpelijk dat mensen de wet nog eens goed bestudeerden. De politiek had geen oor voor wat er onder de jonge bevolking leefde. Slimme ondernemers kwamen tot de conclusie dat je vanuit zee gewoon kon uitzenden. Dat was volgens de bestaande wetten niet verboden. Zo kwamen de zeezenders in de lucht. Eerst in Denemarken. Daarna in Nederland en een paar jaar later in Groot-Brittannië. De jeugd had ‘Hilversum’ niet meer nodig om naar popmuziek te luisteren.
 
***
 
Het is de moeite waard eens te onderzoeken hoe de Nederlandse politiek op de ontwikkelingen reageerde. Dat hoefde ik niet helemaal zelf te doen. Hans Righart (1954-2001), hoogleraar politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, had belangstelling voor het onderwerp. In 1995 publiceerde hij het boek De eindeloze jaren zestig. Geschiedenis van een generatieconflict.
   Rutger Vahl, één van zijn studenten die ik recentelijk ontmoette, maakte onder supervisie van Righart een (eind)scriptie over hoe het allemaal verliep in de jaren zestig. Vahls onderzoek resulteerde bovendien in een artikel in het Tijdschrift voor Mediageschiedenis: ‘Grote jukebox of een hogergrijpend programma? De (omroep)politieke strijd over een derde radiozender’ (1998). Vahl is nu freelance journalist en werkt aan een biografie van de Zweeds-Nederlandse zanger Cornelis Vreeswijk. Die had in Nederland in 1972 een hit met het lied ‘Veronica’.
   Wat was dat voor iemand bij wie je afstudeerde, vroeg ik.
   Vahl: “Hans Righart was in zijn tijd een van de jongste hoogleraren geschiedenis van Nederland. Hij was onorthodox in die zin dat hij zijn leerstoel (politieke geschiedenis na 1500) breed opvatte. Zijn voorliefde voor popmuziek en populaire cultuur mondde uit in een meer cultuurhistorisch en sociologisch boek over de jaren zestig. Hij schreef daarnaast ook een boek over ‘politieke cultuur’, wat in die tijd ook als vernieuwend werd gezien. Daarnaast was hij journalistiek geïnteresseerd (en columnist voor HP/De Tijd, later de Groene) en moedigde hij studenten met schrijftalent aan zich in die richting te ontwikkelen. Righart was een van de initiatiefnemers van een samenwerkingsproject (journalistiek bijvak) tussen de vakgroep geschiedenis en de School voor Journalistiek. Ik studeerde bij hem af omdat ik in muziek, journalistiek maar ook politiek geïnteresseerd was. Toen ik in 1997 mijn doctoraal haalde was hij nog niet ziek. Maar dat kwam wel vrij snel daarna. Hij bleek een hersentumor te hebben en overleed in november 2001, kort na George Harrison”.
 
                              101 - Righart Hans 101 - portret
Hans Righart                                                   Rutger Vahl (2012)
 
Omroep en politiek na de Tweede Wereldoorlog
 
 
De vijf traditionele omroepverenigingen (AVRO, VARA, NCRV, KRO, VPRO) dateren van vóór de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting werden ze buitenspel gezet. En ook in 1945 was het niet vanzelfsprekend, aldus Vahl in zijn artikel, dat de politiek de oude situatie zou herstellen. In eerste instantie werd de radio in handen gegeven van ‘Radio Nederland in den Overgangstijd’.
   Jos Gielen (KVP, 1898-1981) nam als minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen in 1947 een belangrijke beslissing. Hij besloot tot een tijdelijke beschikking. Opnieuw kregen de oude omroepen de macht in handen. Het idee was dat op den duur ook andere organisaties een zendmachtiging zouden krijgen. Maar voorlopig kwam daar niets van. Lange tijd leek het erop alsof er nooit iets zou veranderen.
   De jaren vijftig waren een gouden tijd voor de Nederlandse radio. Die drong door tot in iedere huiskamer en was een nieuws- en amusementsmedium van formaat. De omroepen, die een hechte band met de politiek hadden, groeiden flink in ledenaantal. Radio was in die tijd niet zozeer een doel op zich, maar een middel om de eigen ‘zuil’ te versterken en de bijbehorende boodschap uit te dragen. Niet voor niets werd de meeste zendtijd besteed aan het gesproken woord. Zelfs eind jaren vijftig was dat nog 39 procent (!) van alle radiozendtijd.
   Niet alleen de jeugd van die tijd, maar ook de wat oudere luisteraars, hadden andere wensen. Officieel onderzoek bevestigde dat. Er was behoefte aan meer ‘lichte muziek’. Vahl citeerde omroephistoricus Huub Wijfjes: “De wens van het luisterende publiek was niet maatgevend bij de programmaverzorging”. Wat de mensen wilden was immers slechts ‘goedkoop amusement’. De wensen van het publiek werden gewoon genegeerd.
In het begin van de jaren zestig vonden er twee interessante ontwikkelingen min of meer tegelijk plaats. Vanaf april 1960 manifesteerde Radio Veronica zich in de ether. Het radiostation was een zeezender. De wet werd dus niet overtreden. In zijn artikel heeft Vahl het echter consequent over de ‘piraat’. Is dat wel terecht, vroeg ik hem.
   Rutger reageerde als volgt: “Piraten was de populaire benaming, zo niet geuzennaam van de zeezenders. Het lijkt me te makkelijk om te zeggen dat er geen wet werd overtreden en dat er daarom niets illegaals aan Veronica was. De zeezenders/piraten maakten handig gebruik van lacunes in de wet – die immers niets zeiden over uitzendingen van buiten de territoriale wateren – maar ze hielden zich niet aan internationale afspraken over golflengteverdelingen. Daarnaast werd er beweerd (in hoeverre dat waar is valt natuurlijk wel te betwisten) dat Veronica met zijn uitzendingen andere radiozenders en de communicatie op Schiphol stoorde. Maar het is zeker dat de positie van zeezenders juridisch uiterst complex was. Dat erkende ook de regering. Daarom werd er lange tijd niet opgetreden tegen Veronica. Men durfde het juridisch niet aan”.
 
Ontwikkelingen in het begin van de Sixties
 
Een andere ontwikkeling in die tijd was het vrijkomen van nieuwe FM-golflengtes voor Nederland. In 1961 kwam er ruimte voor een derde ‘publieke’ radiozender. Het centrum-rechtse kabinet-De Quay probeerde veranderingen in het omroepbestel aan te brengen. Dat ging niet zo maar. Er werd een commissie ingesteld die de regering moest adviseren over de noodzaak van een aparte wettelijke regeling voor een derde radiozender.
   Het antwoord uit Hilversum liet aan duidelijkheid niets te wensen over. De bestaande omroepen vonden dat een nieuwe radiozender automatisch aan hen moest toevallen. Zij hadden immers aan de basis gestaan van radio in Nederland en bezaten daarom de oudste rechten.
   Terwijl steeds meer mensen op 192 meter (Veronica) afstemden presenteerden de vier grootste omroepen hun plan voor Hilversum 3 in oktober 1962. De nieuwe zender moest contrasteren met Hilversum 1 en 2. En wel met een hoogstaand cultureel programma, met veel klassieke muziek en gesproken woord. Daarmee zou tegemoet kunnen worden gekomen aan de verlangens van ‘hen die door aanleg en ontwikkeling behoefte hebben aan een hoger grijpend programma’.
 
101 - Broeksz Jan VARA
Jan Broeksz
 
Binnen de Federatie van Omroepverenigingen (FOV), die namens Hilversum het woord voerde tegenover de regering, was de VARA nogal dominant. Zozeer zelfs dat de AVRO uit de federatie stapte. Vanzelfsprekend moest Veronica volgens de FOV verdwijnen. Volgens de invloedrijke VARA-programmadirecteur Jan Broeksz was Veronica inmiddels wel zo populair dat het verdwijnen ervan op de een of andere wijze door de publieke radio zou moeten worden gecompenseerd. Een kwantitatief niet onbelangrijke groep luisteraars, aldus de FOV, vroeg immers, vooral overdag, een verstrooiingsprogramma met overwegend ontspannende muziek. Met andere woorden: ’s avonds cultuur op Hilversum 3, overdag een programma met lichte muziek. Wat met die muziek bedoeld werd maakte Broeksz op 3 september 1962 duidelijk: “Vakmanschap is een eerste vereiste, omdat het programma iets geheel anders moet zijn dan een jukebox in het groot”. De VARA-man dacht aan een mengeling van populaire klassieken, volkszang, volksmuziek en andere vormen van actieve amateuristische kunstbeoefening. Het goedkope en banale moest geschuwd worden. In elk geval mocht Hilversum 3 niet ‘afzakken tot het Veronica-peil’.
   Om even de muzikale sfeer van die tijd te proeven: volgens het blad Billboard stond Ray Charles op 6 oktober 1962 nummer één in Nederland met ‘I can’t stop loving you’. Andere grote hits waren ‘Do you want to dance’ (Cliff Richard), ‘Speedy Gonzales’ (Pat Boone), ‘Good luck charm’ (Elvis Presley), ‘Ginny come lately’ (Brian Hyland) en ‘Brandend Zand’ (Anneke Grönloh).
   De regering liet zich in deze tijd voor een belangrijk gedeelte adviseren door de bestaande omroepen. Er bestonden immers sterke banden tussen de politieke partijen en de verwante omroepbestuurders in Hilversum. De ‘zwijgende meerderheid’ kwam niet aan bod. Voor toegeven aan de groeiende belangstelling voor popmuziek bestond geen gehoor. Wel voor een comité van vooraanstaande intellectuelen en cultuurdragers onder leiding van prof.dr. Maarten Rooij. In hun ogen zou Hilversum 3 zich met ‘het beste wat de menselijke geest op het gebied van kunst en wetenschap te bieden heeft [kunnen] richten op de steeds groter wordende groep van cultureel geïnteresseerden in alle lagen van de Nederlandse bevolking’. De uitzendingen zouden in dat geval niet door de bestaande omroepen verzorgd worden.
   De reactie van Jan Broeksz, aldus Vahl, was typerend. Hij vond het een typisch liberaal en gemakzuchtig idee. Het paste niet in de verheffingsgedachte van de VARA: “Anders dan de liberalen erkennen wij socialisten wel degelijk onze taak ten aanzien van de volksgedachte”.
  
Bij Veronica ging het anders. In een interview met Van Kooten voor het literair poptijdschrift Wah-Wah (februari 2006) noteerde Auke Kok: “Willem van Kooten mocht in de vakantieperiode invallen als presentator. Hij mocht ‘Jukebox’ doen, het soort programma dat bij Hilversum 1 en 2 als verwerpelijk, want ordinair werd beschouwd: een verzoekplatenprogramma. Daar zat hij, achter een keukentafel met daarop twee bandrecorders en twee draaitafels, een microfoon aan een draadje erboven”. Veronica zond uit waar de mensen om vroegen.
   Verzoekplatenprogramma’s als de Jukebox (later met Anouschka) en ‘Men vraagt en wij draaien’ (Frans Nienhuys) legden een band tussen de zender en de luisteraars. De zeezender – ik durf het woord bijna niet meer te noemen – werd steeds populairder. Popmuziek kwam voorlopig echter maar beperkt aan bod.
 
Status quo of niet (1963-1964)
 
Terwijl Veronica steeds meer luisteraars trok ging het in de politiek allemaal niet zo snel. Hilversum 3, in welke vorm dan ook, was nog niet in de lucht. Ruim twee jaar nadat Nederland formeel in staat was een derde radiozender te beginnen, verscheen het advies aan de regering (15 juli 1963). Cliff Richard stond op dat moment in de top tien met ‘Lucky Lips’ én ‘Summer Holiday’. Andere hits waren ‘Buona Notte Bambino (Rocco Granata, op één), ‘Blame it on the bossa nova’ (Eydie Gormé) en ‘Ritme van de regen’ (Rob de Nijs). Het kabinet-De Quay was inmiddels demissionair.
   Ook het centrum-rechtse kabinet-Marijnen streefde naar veranderingen, dat wil zeggen een meer open bestel. Theo Bot (KVP), minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, was de publieke omroepen steeds minder gunstig gezind. Zijn ambtenaren raakten in toenemende mate geïrriteerd door de non-coöperatieve houding van Hilversum. De omroepen beriepen zich ook in die tijd nog steeds op de (‘tijdelijke’!) beschikking van minister Gielen uit 1947. Maar de situatie was nu ingrijpend gewijzigd.
   Bot was er voorstander van om met Hilversum 3 te experimenteren. Zijn ideeën werkte hij uit in de ‘Nota betreffende het gebruik van het derde net’ (najaar 1964). Hij wilde nieuwe zendgemachtigden toelaten en reclame-uitzendingen toestaan om het net te financieren. Ook hij dacht aan een programma dat overdag licht en ’s avonds cultureel van aard was. Voor de bestaande omroepen reserveerde hij veertig procent van de zendtijd, net als voor een algemeen programma (te verzorgen door de Nederlandse Radio Unie). Twintig procent van de zendtijd was bestemd voor nieuwe, door de minister aan te wijzen zendgemachtigden.
   Alle omroepen (op de VPRO na) stelden zich afwijzend op ten aanzien van het experiment. Harry van Doorn, voorzitter van de KRO, sprak van een ‘heilloze weg’ die politiek wel eens minder aangename gevolgen voor de minister zou kunnen hebben. De afwijzende houding, aldus Vahl, was niet moeilijk te verklaren – de plannen van Bot betekenden een forse aanslag op de monopoliepositie van de omroepen. Was dit het begin van het einde?
   Jan Broeksz: “Ik heb het gevoel dat wanneer wij eenmaal met iets akkoord zijn gegaan wat wij uiteindelijk niet willen accepteren, wij een dergelijk punt voorgoed verloren hebben”.
   Te midden van al die discussies braken de Beatles en de Rolling Stones helemaal door. In het programma ‘Top of Flop’ (Herman Stok, VARA-tv) werd ‘I want to hold your hand’ van de Beatles nog door een jury van deskundigen neergesabeld, maar korte tijd later stroomden de mensen toe toen de groepen ons land aandeden. Naast ‘piraat’ Veronica kwamen tevens de Britse zendschepen als Caroline en London in de lucht. In 1964 ook begonnen de televisie- en radiouitzendingen vanaf het REM-eiland totdat een politieoptreden er een einde aan maakte. Aan het einde van dat jaar kwam tevens de eerste top 40 tot stand. In de eerste hitlijst ‘I feel fine’ van de Beatles op nummer één. Andere hits waren ‘The French song’ (Lucille Starr), ‘Pretty Woman’ (Roy Orbison), ‘Time is on my side’ (Rolling Stones) en ‘Baby Love’ (Supremes). Ondanks internationale afspraken (voorjaar 1961!) was er begin 1965 nog geen derde Hilversumse radiozender operationeel.
Op naar de eerste uitzindingen van Hilversum 3
 
Enkele weken na de eerste uitzending van de top 40 viel het kabinet-Marijnen over de omroepkwestie. Vahl: “De regering had intern geen overeenstemming bereikt over de voorwaarden waaronder nieuwe omroeporganisaties en reclame aan het bestel konden worden toegelaten”.
   Er kwam nu een centrum-links kabinet. De PvdA nam de plaats in van de christelijke CHU. Jo Cals (KVP) werd premier en Maarten Vrolijk (PvdA) minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. In zijn besluiten sloot Vrolijk niet uit dat in de toekomst nieuwe omroepen tot het bestel zouden worden toegelaten, al moesten zij wel gericht zijn op ‘de bevrediging van in het volk levende culturele, godsdienstige of geestelijke behoeften en minimaal honderdduizend leden hebben’. Het kabinet-Cals besloot tevens het ‘Europees verdrag ter bestrijding van stations buiten de nationale territoria’ te ondertekenen. Vahl: “Dit verdrag gaf lidstaten het recht medewerking aan radiopiraten buiten de wet te stellen. Hierdoor werd de gecompliceerde juridische positie van de zendschepen handig omzeild. Tot dan had de Nederlandse politiek niet tot maatregelen tegen Veronica durven besluiten”.
   Voorlopig werden er nog geen maatregelen genomen. In Den Haag was men zich nu bewust dat zoiets niet een, twee drie mogelijk was. In elk geval begrepen de politici in 1965 dat er een soort van alternatief moest komen. De uitdrukking ‘lichte muziek’ veranderde af en toe in ‘ontspanningsmuziek’. Over ‘popmuziek’ werd in politiek Den Haag nog niet gerept.
   Er was nóg een probleem dat opgelost diende te worden. Als altijd: geld. Hilversum had uitgerekend dat het opzetten van een derde radiozender maar liefst acht-en-een-half miljoen gulden zou kosten. Dat werd gezien als een moeilijk te nemen hindernis. Vrolijk maakte van de nood een deugd. De financiële perikelen stelden hem in staat afspraken met de bestaande omroepen te maken. Voorlopig zouden er geen nieuwe zendgemachtigden komen. Maar dan moesten de omroepen wel met een licht programma komen overdag. Met vooral grammofoonplaten: verreweg de goedkoopste variant van radio maken! Er werd met wat geld geschoven. Iedereen was een beetje tevreden. Het systeem bleef tijdelijk potdicht. Er kwam een zender met ontspanningsmuziek al was dat wel een ‘veredeld Veronica-programma’. En de bestrijding van de ‘piraat’ kon beginnen.
   Op 11 oktober 1965 luidde Maarten Vrolijk de uitzendingen van Hilversum 3 in. Was hij alleen of had hij zijn zoon bij zich? Die heette Marco en maakte een paar jaar later carrière als drummer van de groep Supersister (‘She was naked’, ‘Radio’ en ‘het intelligente nummertje’).
   In die week stonden de Rolling Stones in Nederland op één met ‘Satisfaction’, vóór de Beatles met ‘Help!”, ‘You’ve got your troubles’ van de Fortunes, ‘Eve of destruction’ van Barry McGuire en ‘I got you babe’ van Sonny & Cher.
   “Veel luisteraars zijn niet gebrand op – zoals dat in de omroep heet – het gesproken woord, en ik zie er dus een contradictie in dat het eerste dat u over dit net hoort, géén muziek is maar een toespraak van een minister”. Zo ging de derde radiozender de lucht in. “Het zal u muziek brengen, in hoofdzaak lichte muziek, ter begeleiding van uw dagelijkse bezigheden”. Opnieuw geen woord over popmuziek. Maar het begin was er, 53 maanden na de internationale overeenkomst.
   Als eerste plaat op de nieuwe zender geen Dylan, Stones, Beatles of Earrings maar het trompet-ensemble van Horst Fischer met ‘Fanfare Rock’. De toon was gezet!
 
101 - Vrolijk Maarten
Minister Maarten Vrolijk
 
De moeizame start van Hilversum 3 in 1965-1967
 
Veronica ontwikkelde zich steeds meer als een popzender in die tijd. De verzoekplatenprogramma’s en vooral de uitzending van de top 40, de populairste platen van het moment, bonden jong en oud aan de zender. Hilversum 3 was tamelijk plotseling een feit. De bestuurders van de omroepen hadden weliswaar de komst van nieuwe zendgemachtigden weten te voorkomen maar blij waren ze allerminst.
   “Dit kan aan niemand een juichen ontlokken”, waren de woorden van VARA-bestuurder Jan Willem Rengelink. Zijn omroep werkte er nauwelijks aan mee om van Hilversum 3 iets te maken dat aan popmuziek deed denken. Vahl had een mooi voorbeeld: Het radioprogramma ‘Tijd voor teenagers’ (presentatie Herman Stok, productie Co de Kloet) werd niet naar de nieuwe zender verplaatst.
   Henk de Heus kreeg in eerste instantie de leiding over de VARA-uitzendingen op Hilversum 3 in handen. Hij was, aldus Vahl, een man op leeftijd die stamde uit een andere radiotraditie. “De Heus hechtte sterk aan de socialistische identiteit van de VARA en zag zich geconfronteerd met het probleem dat ‘ontspanningsmuziek’ zich moeilijk socialistisch liet invullen. Dit resulteerde in een onsamenhangend programma: socialistische dansorkesten, countrymuziek en moderne popmuziek wisselden elkaar in willekeurige volgorde af”.
 
101 - Kooten Voogd Brink
Willem van Kooten te gast bij tussen 10+ en 20-,
links presentator Jos Brink, midden producer Skip Voogd
 
Skip Voogd was eerder redacteur van Tuney Tunes en samensteller van het 20 minuten durende wekelijkse AVRO-teenager radio-programma ‘Tussen tien plus en twintig min’ geweest. Met de komst van Hilversum 3 kreeg hij een vaste baan bij de NCRV. Als ik [HK] in die tijd met Skip sprak over zijn werkzaamheden bij de NCRV maakte hij een verre van blije indruk. Hij was meer dan eens gefrustreerd over de censuur die op hem werd uitgeoefend. Vahl stelde het als volgt. “Van alle omroepen had de NCRV de meeste moeite met ‘ontspanningsmuziek’. Dat de omroep eind 1965 popkenner Skip Voogd aantrok, dankte deze slechts aan zijn lidmaatschap van de Nederlands Hervormde kerk. Het Hilversum 3-programma van de NCRV bestond voornamelijk uit muziek die de omroep ook op Hilversum 1 en 2 liet horen. Op het functioneren van Voogd werd strak toegezien door de NCRV-directie”.
   In het boek ‘Muziek in Zwart Wit’ (2006) gaf Cor Gout het woord aan Skip Voogd: “In de lente van 1965 raakte ik in de kantine van de AVRO-studio in gesprek met Lex Karsemeijer, koordirigent van Pro Musica en Sweet Sixteen en chef van de NCRV-radio. Hij kwam naar me toe en zei: ‘We gaan in oktober met Hilversum 3 beginnen. Je kent de NCRV, eigenlijk is het niets voor ons, maar we moeten meedoen. Vooralsnog heb ik geen idee hoe ik dat voor mekaar moet krijgen. Zou jij er niets voor voelen bij ons te komen”.
   Voogd liet zich naar eigen zeggen overreden. Even later kreeg hij te maken met de consequenties van de NCRV-programma’s op Hilversum 3. “Bij de NCRV moest ik speciaal letten op de teksten van de popliedjes. Het woord ‘heaven’ mocht bijvoorbeeld niet, tenzij er ‘uitspansel’ mee bedoeld werd. Ik had toestemming gekregen een serie te maken met Marcel Thielemans en een big band. In een van de programma’s zou hij ‘Baby Face’ zingen, maar in dat nummer komt de regel “I’m up in heaven when I’m in your fond embrace” voor. Karsemeijer riep toen uit: ‘Dat kan niet, Skip. Je kent de directie hier!’ Thielemans begreep niet waar hij in terecht gekomen was. Ik zei nog: ‘Zing dan ‘I feel so happy’, maar dat maakte het er allemaal niet beter op.
   ‘Crying in the chapel’ [Elvis Presley] mocht ook niet, want een ‘chapel’ was katholiek. Toen ik een keer Shawn Elliott’s ‘Shame and scandal in the family’ [een grote hit voor Artone, eind 1965] had gedraaid was het huis te klein: dat nummer ging over incest! Nadat John Lennon had verklaard dat The Beatles populairder waren dan Jezus, kreeg ik onmiddellijk een brief van de leiding van de NCRV waarin stond dat er geen platen van The Beatles meer mochten worden gedraaid”. Probeer onder dit soort omstandigheden maar eens een interessant pop-programma te maken. Dat ging gewoon niet en het was ook niet de bedoeling, zo veel was wel duidelijk.
De VPRO had op dat moment helemaal geen belangstelling om bij Hilversum 3 mee te doen. De leiding van de KRO interesseerde het voorlopig niet wat zijn medewerkers op die zender uitspookten. Zodoende kon met name Henk Terlingen zich naar hartenlust uitleven. Onder verantwoordelijkheid van Gerard Hulshof begon hij politiek satirische radio te maken. Als Hullekie Dullekie maakte hij zelfs zijn eigen baas, voorzitter Harry van Doorn, belachelijk. De brievenrubriek in de KRO-gids bloeide op. Terlingen werd al snel door Van Doorn aan de kant gezet. Met het gezellige programma ‘Koffie met Kees’ (van Kees Schilperoort) werd voor minder politiek en meer muziek gekozen. Maar geen popmuziek.
 
101 - Muziek Expres poll 1967
Muziek Expres, poll over 1966
 
Volgens Rutger Vahl, de auteur van het interessante artikel, ‘streefde Hilversum 3 de piraat aanvankelijk in populariteit voorbij’. Ik vroeg hem naar zijn onderzoek. Hij reageerde als volgt:
   “Het Continu Programma Onderzoek stelde dat Hilversum 3 in het laatste kwartaal van 1965 een luisterdichtheid had van 21 procent. Dat was 6% onder Radio Veronica. In 1966 groeide de luisterdichtheid van Hilversum 3 verder en in het eerste kwartaal van 1967 had de zender met 25% voor het eerst een grotere luisterdichtheid dan Veronica (23%). In 1966 waren er vernieuwende programma’s ontstaan op Hilversum 3 en nam het aandeel van popmuziek voorzichtig toe. Vanaf 1967 namen de omroepdirecties de touwtjes strakker in handen en werd ook Hilversum 3 gebruikt om het eigen profiel te versterken”.
   Vahl gaf geen informatie over de leeftijdscategorie die in het onderzoek aan de orde kwam. In die tijd, meen ik me te herinneren, moest je een bepaalde minimum leeftijd hebben om in onderzoeken betrokken te worden. De stem (van al te) jeugdigen werd vaak niet meegenomen. (Nu is dat anders). Bovendien kun je door bepaalde vragen te stellen en die te interpreteren nogal wat gegevens naar je hand zetten. Ik vind het dan ook moeilijk de conclusie van Vahl te onderschrijven. In de populariteitspoll van het blad Muziek Expres over 1966 waren in de rubriek favoriete radioprogramma’s maar liefst negen van de tien programma’s afkomstig van Veronica. Het percentage van het enige programma van de publieke omroep was in dat jaar gezakt van 19 naar 8,1 procent – voor ‘Tijd voor Teenagers’ dat niet eens op Hilversum 3 werd uitgezonden. Nummer één was Veronica’s top 40, met ruim 43 procent van de stemmen. Ook bij die poll en die percentages kun je vraagtekens zetten. Maar voor de jonge mensen in die tijd was meer dan vanzelfsprekend: Veronica was het station waar je naar luisterde.  
   In de laatste alinea’s van het artikel is onder meer te lezen: “Hilversum 3 ontwikkelde zich tot een muziekzender waarop ‘popmuziek’ de ‘lichte muziek’ maar langzaam verdrong. Onderzoek toonde aan dat in 1967 slechts tien procent van de muziek op Hilversum 3 te rangschikken viel onder ‘popmuziek’. Bij Veronica lag dit percentage op 62. Pas in 1970 werd Hilversum 3 weer populairder dan Veronica. Toch wist de officiële popzender de strijd pas definitief te beslissen toen Radio Veronica in 1974 van overheidswege uit de lucht werd gehaald”.
***
101 - Doorn Harry van
Harry van Doorn
 
De politiek, het linkse kabinet-Den Uyl, had het laatste woord. Harry van Doorn, voormalig voorzitter van omroepvereniging KRO, stelde medewerking aan zeezenders strafbaar. Pas in die tijd zouden Nederlanders de wet kunnen overtreden. Maar dat deden ze niet.
   Intussen zijn de ideeën over popmuziek en radio veranderd. De grootste ‘jukebox’, de top 2000, is het meest populaire programma op de Nederlandse radio. Het wordt sinds 1999 aan het einde van elk jaar door de publieke omroep uitgezonden. Vanwege de populariteit wordt de top 2000 ook door de politiek omarmd. Het officieel sluiten van de stembus gebeurde afgelopen jaar door Gerdi Verbeet (PvdA), voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal. ‘Bohemian Rhapsody’ van Queen was terug aan de top! Zou VARA-man Jan Broeksz (1906-1980) zich in zijn graf hebben omgedraaid?
Harry Knipschild
12 maart 2012

5 april 2014
Rutger Vahl publiceert een boek over Cornelis Vreeswijk 

17 februari 2016
Rutger Vahl heeft tevens boeken over Wally Tax en Herman Brood gepubliceerd.

 
Clips
‘Uitslag M.E.’s populariteitsverkiezingen 1966’, Muziek Expres, januari 1967
Ruud Verdonck, ‘De tijd van ‘Hullekie Dullekie’ en ‘Paul Meier’’, Trouw, 14 juli 1994
Hans Righart, De eindeloze jaren zestig. Geschiedenis van een generatieconflict, Amsterdam 1995
Rutger Vahl, ‘Grote jukebox of een hogergrijpend programma? De (omroep)politieke strijd over een derde radiozender’, Tijdschrift voor mediageschiedenis, 1998
Cor Gout, Muziek in zwart-wit. Gesprekken met pioniers van de lichte muziek in Nederland, Zaltbommel 2006
Auke Kok, ‘Joost mocht het weten. Op stap met Willem van Kooten’, Wah Wah, februari 2006
Auke Kok, Dit was Veronica. Geschiedenis van een piraat, Amsterdam 2008
Cliff Richard met Penny Junor, My Life, My Way, Londen 2008