Zoeken

 
 
Een opvallend pop-boek van het afgelopen jaar is dat van Peter Voskuil (Dutch Mountains). Als eerste legde de journalist (45) de geschiedenis van de Nederlandse platenindustrie vast. Een van de meest lijvige en zware boeken die ooit verschenen zijn: 728 pagina’s op elpee-groot formaat. Dat kon Peter natuurlijk niet in zijn eentje. Daarom vroeg hij een aantal mensen met ervaring en/of kennis van zaken om hem ter zijde te staan, ondere andere door zijn teksten kritisch door te nemen en van commentaar te voorzien.
   Een van hen was Ron Heijmans. Tijdens een etentje ter gelegenheid van het verschijnen van Dutch Mountains, op 22 september j.l., raakten Ron en ik met elkaar in gesprek over zijn verleden in de muziek. Aanleiding voor mij om hem te verzoeken of hij bereid was meer te vertellen. Dat was hij. Op 31 oktober 2017 zocht ik hem in zijn woonplaats Beverwijk op.
 
 
311 1 Dutch Mountains
Peter Voskuil met zijn boek
 
 
 
Aan de hand van een lang curriculum vitae hoorde ik aan wat Ron Heijmans allemaal in zijn leven gedaan had. Dat was veel meer dan ik beseft had. Zo gaat dat wel vaker als je een tijd in de platenbusiness hebt rondgelopen. Je hebt met grote aantallen mensen te maken in allerlei situaties. Achteraf, besefte ik in Beverwijk, is het een grote brij van herinneringen. Allerlei namen schoten voorbij in steeds weer andere combinaties. Maar mooi om het verleden van Ron eens in kaart te brengen.
   Ron Heijmans is op 15 maart 1947 in Haarlem geboren – dezelfde dag als Ry Cooder (in Los Angeles). Hij kan zich nog goed herinneren dat zijn vader begin jaren zestig thuis kwam met een platenspeler waarbij de luidspreker in het deksel van de omsluiting gemonteerd was. In de hoop dat Ron die muziek mooi zou vinden had hij bovendien twee platen aangeschaft: een ep (extended play op 45 toeren) van Jacques Brel en een dubbelalbum met de muziek die klarinettist Benny Goodman in de Russische hoofdstad Moskou in 1962 had uitgevoerd. Het was de eerste keer dat een Amerikaanse jazzband in de Sovjet Unie mocht optreden.
 
 
Roy Orbison
 
 
De eerste grote eigen muzikale liefde van Ron betrof echter zanger Roy Orbison (1936-1988). Toen hij nog op school zat (gymnasium alfa) was Ron aanwezig bij het tv-optreden van de Amerikaanse artiest vanuit Singer in Laren. Voor de AVRO werd deze op 25 maart 1965 geïntroduceerd door Jos Brink. Heijmans ging verder. In navolging van Pim Oets, die een Buddy Holly fanclub had opgezet, werd Ron de oprichter van de Roy Orbison fanclub. “Dankzij het blad ‘Ooby Dooby’, vernoemd naar zijn eerste plaat, ontdekte ik dat ik kon schrijven”, vertelde Ron. Die gedachte zou bepalend zijn voor wat hij daarna allemaal ging doen.
   Roy Orbison werd een populaire artiest in Nederland. Met nummers als ‘Only the lonely’ (1960), ‘Dream baby’ (1962), ‘In dreams’ (1963) en ‘It’s over’ wist Roy de hitlijsten in ons land te bereiken. Maar de echte doorbraak kwam begin 1965 met zijn single ‘Pretty Woman’, waarvan in Nederland meer dan honderdduizend exemplaren verkocht werden.
 
 
311 2 Roy Orbison
 
 
Als voorzitter van de fanclub was Ron Heijmans van de partij bij een concert dat de artiest in Hammersmith (Londen) in 1966 gaf ter gelegenheid van zijn dertigste verjaardag. Ron: “Lulu en de Walker Brothers verzorgden het voorprogramma. Het ging er rumoerig aan toe. Door het jeugdige publiek werd hartstochtelijk geschreeuwd. Totdat Roy Orbison op het toneel verscheen. Het was doodstil in de zaal als Roy een van zijn bekende nummers zong. Maar na afloop lieten zijn aanhangers luidkeels merken hoezeer ze de artiest bewonderden
   Roy was niet alleen. Claudette, zijn echtgenote vergezelde hem. Twee weken later kwam ze bij een motorongeluk om het leven”.
   Aan zijn activiteiten bij de fanclub hield Ron een contact in de platenindustrie over. De schijven van Orbison verschenen in Amerika bij Monument, later MGM. Phonogram bracht de platen van Orbison in Nederland uit. Anton Witkamp werkte in die tijd op de persafdeling van het bedrijf. Zo leerden Ron en Anton elkaar kennen.   
 
 
Altona
 
 
In juni 1965 ontving Heijmans zijn diploma gymnasium alfa. In het najaar begon hij een studie Engels bij wat toen nog de gemeentelijke universiteit van Amsterdam was (nu UvA). Dat viel tegen. Ron werd opgedragen zich te verdiepen in teksten van meer dan duizend jaar geleden. Na een jaar had hij er genoeg van.
   De muziek trok hem. In een advertentie las hij dat de Amsterdamse muziekuitgeverij Altona op zoek was naar een copyright-assistent. Met succes solliciteerde hij. Een uitdagende baan was het niet. Voornamelijk administratief bureau-werk en een directeur, Wim van Vught, die uit een ander tijdperk leek te komen.
   Ron: “Peter Koelewijn was er zeer actief in de weer. ‘Come to my bedside my darling’ (van de Brothers Four, Eric Anderson) was een copyright van Altona. Peter vertaalde het als ‘Kom uit de bedstee’ en maakte er met Egbert Douwe (Rob Out) een nummer één hit van. Koelewijn was bovendien actief met Ronnie & de Ronnies (‘Beestjes’) en zijn ontdekking Bonnie St Claire (‘Tame me tiger’)”. Een andere employé van Altona was de zanger Roek Williams.
 
 
Van deejay tot redacteur
 
 
In die zelfde tijd ontpopte Ron zich tevens als discjockey in de Haarlemse Heineken Bar. Bij een ziekenomroep was hij als vrijwilliger werkzaam. Bovendien werkte hij samen met Ren Groot. Ze traden ondere andere op als manager van Oscar Benton, Annet Hesterman en bluesgroep John The Revelator.
   Onder de naam ‘Dubbel R Show’ begonnen ze ook een drive-in discotheek. Op 18 november 1967 kon je in de krant lezen: “Twee Haarlemse boys, Ren en Ron, zijn jongens die hun grammofoonplaten niet op één plaats laten staan. Zij zijn reizende discjockeys. Of ze nou in Haarlem of in Nijmegen worden gevraagd hindert niet, zij pakken hun biezen en rijden naar de feestavond. Biezen wil in dit geval zeggen: een halve meter langspeelplaten, ongeveer anderhalve meter singles en ep’tjes, twee draaitafels, een mengpaneel, een taperecorder, een echo-nagalm-apparaat en Cor Post (dat is de technicus)”.
   ‘Wij vragen honderdvijftig gulden per avond met de reiskosten en daar krijg je nooit een band [popgroep] voor. We zijn sterk georiënteerd op Amerikaanse muziek en we beginnen de avonden altijd met ‘hoge’ platen uit de top veertig. We kijken er het publiek op aan wat we daarna moeten draaien. Hun reacties maken dat meteen duidelijk’”, liet Ron afdrukken.
 
 
311 3 Ren Groot links en Ron Heijmans
Ren Groot en Ron Heijmans (1967)
 
 
In oktober 1969 trad Ron in dienst bij de Haarlemse uitgeverij Spaarnestad. Zijn kennis van de Engelse taal kwam goed van pas. De teksten van talrijke bladen uit het buitenland, van allerlei soort, moesten in het Nederlands vertaald worden.
   Ron: “De redacteuren zaten op een grote werkvloer achter hun bureau met typemachine. Op een dag kwam Will Meulenberg binnen gelopen. Met luide stem vroeg hij of iemand er belangstelling voor had om redacteur te worden van het popblad Loeloe dat Spaarnestad van plan was op te zetten. Ik had wel interesse en werd, zonder al te veel ervaring, benoemd tot de (hoofd)redacteur van Loeloe. Het blad werd wekelijks onder leiding van Meulenberg uitgegeven als een soort concurrent van de maandbladen Muziek Expres en Muziek Parade, met naast artikelen over popmuziek veel aandacht voor mode en alles wat voor jonge meisjes aantrekkelijk zou kunnen zijn. Andere medewerkers waren onder meer Ren Groot, Pim Oets, Kees de Bakker en Berry Zand-Scholten. Foto’s waren van de hand van mensen als Gijsbert Hanekroot, Laurens van Houten, Nico van der Stam en Barend Toet, de latere oprichter van Oor”.
 
In dagblad De Tijd schreef journalist Paul Witteman, 25 jaar, op 31 maart 1971 een artikel over Loeloe. “Er komt een blad op de markt voor jongeren tussen de dertien en zeventien jaar met pop, mode, varia en actualiteiten. Gemikt wordt op een oplage van honderdduizend exemplaren. Aan de lancering is een uitgebreid onderzoek voorafgegaan, waaruit bleek dat met name bij meisjes van die leeftijd een ‘gat’ in de markt ligt voor een popblad als Loeloe.
   De jeugdige Ron Heijmans en Truus Bos zullen het blad samenstellen met een groot aantal medewerkers. De Spaarnestad verwacht dat Loeloe meer door meisjes dan door jongens gelezen zal worden. Ook de andere muziekbladen schijnen meer vrouwelijke dan mannelijke kopers te hebben.  Bijzonder trots zijn de samenstellers op het inleg-affiche bedoeld om aan de wand opgehangen te worden”.
   In het artikel werd Heijmans ook zelf aan het woord gelaten. Ron: “De plannen voor Loeloe spelen al ruim een jaar. We hebben eerst aan een maandblad gedacht, maar langzaam zijn we naar dit concept toegegroeid”. Ron toonde zich gelukkig dat ‘een aantal pagina’s pas een paar dagen voor Loeloe de deur uitgaat klaar moeten zijn. Daardoor kunnen wij in het blad dat iedere vrijdag in de verkoop komt bijvoorbeeld nog een concertrecensie van het vorige weekend hebben’.
 
 
311 4 omslag Loeloe 3 juli 1971
Omslag Loeloe, 3 juli 1971: Linda en Paul McCartney
 
 
Bij de uitgeverij, die later voor een miljoenenbedrag (als VNU) het bladenimperium van Paul Acket (Muziek Expres en Popfoto) overnam, was echter onvoldoende kennis aanwezig om op het terrein van popmuziek professioneel op te treden. “Na minder dan een jaar kwam er een einde aan het Loeloe-experiment. Voor mij was er geen weg terug. Ik moest in 1971 iets anders zoeken”, hoorde ik op 31 oktober.
 
 
Negram
 
 
Ron: “Na mijn redacteurschap was het niet makkelijk om snel een interessante baan te vinden. Maar Haarlem was een stad met tal van platenmaatschappijen. Diverse malen solliciteerde ik bij Cor Aaftink van Negram. Vergeefs. Totdat Alexander Curly een hit scoorde met ‘I’ll never drink again’. In de stijl van de tekst van dat liedje formuleerde ik een nieuwe poging om er te kunnen werken. Deze keer lukte het. Astrid Nijgh was er op de persafdeling vertrokken en ik mocht haar plaats innemen. Zo kwam ik in de platenindustrie terecht. Het kantoor was gevestigd op de Bronsteeweg, het voor insiders bekende Gramophone House.
   Bij Negram hield ik me als persman voornamelijk bezig met de eigen producties, waar Cor Aaftink een grote say in had. Mensen die er werkten waren Eddy Ouwens, Jaap de Groot, Roy Beltman, Herman van der Velden, Sjeng Stokkink en Evert Wilbrink. George Baker, Fungus en Long Tall Ernie and the Shakers waren enkele van de artiesten. Hans Kellerman trad op als directeur”.
 
In 1974 haalde Heijmans de pers tijdens de zogenaamde ‘hitparade-oorlog’. Welke lijst moest serieus genomen worden? Die van de sinds kort niet meer bestaande zeezender Veronica? Of een van de nieuwe lijsten? Het Nieuwsblad van het Noorden deed op 19 oktober verslag onder de kop ‘Radio Veronica nog opvallend aanwezig’.
   Ron Heijmans werd door de redactie om zijn mening gevraagd. Namens Negram verklaarde hij diplomatiek: “Het is voor ons bijzonder lastig om door al die troubles heen te manoeuvreren”.
   In de krant werd uitgelegd wat er aan de hand was. “De vreemde situatie bestaat namelijk dat de platenhandel vrijwel volledig volgens de Veronica hit- en tipparade inkoopt, terwijl de Veronica-tips door de meeste Hilversum 3-deejays geboycot worden”.
   Lex Harding (Veronica) bevestigde hoe het toeging. “Dat klopt. Onlangs [12 oktober] hadden wij als alarmschijf ‘Indian Uprising’ van The Garnetts. Die plaat is verder alleen een keer door Skip Voogd [NCRV] gedraaid”.
   Veronica had intussen echter afspraken gemaakt. De TROS (ex REM) werkte met de verboden zeezender samen. Daarom kon John Eshuis van Dureco, van de platenmaatschappij van de Garnetts, dan ook verklaren: “‘Indian Uprising’ werd op de twee TROS-dagen van Hilversum 3 in totaal 15 keer gedraaid. Hij is overal in de handel verkrijgbaar en wordt nog steeds besteld. Het is een nummer dat na twee, drie keer in het gehoor blijft hangen”.
   John Eshuis en Lex Harding haalden enigszins hun gelijk: de alarmschijf wist een 28ste plaats in de top 40 te halen. De ‘eer’ van de Veronica top 40 was gered. Ook na het uit de ether verdwijnen van Veronica hielden de platenwinkeliers bij hun inkoopbeleid volop rekening met door de zeezender opgezette hit- en tipparade. Alternatieve hitlijsten, zoals de Daverende Dertig, werden minder serieus genomen.
   Persman Ron Heijmans van Negram in 1974: “De persmedia zijn belangrijker geworden en misschien dat de drive-in discotheken kansen bieden”.
 
 
Ariola
 
 
Tijdens zijn werkzaamheden bij Negram werd Heijmans benaderd door Anton Witkamp. Die had Phonogram verlaten en was adjunct-directeur geworden van Ariola, de platenmaatschappij van het Duitse concern Bertelsmann. Ariola had in Haarlem een aantal jaren onder de vleugels van Negram geopereerd om er zich vervolgens onder Jan van Schalkwijk (ex-Anagon) begin jaren zeventig los van te maken. Albums met klassieke muziek verschenen op Eurodisc. Udo Jürgens, Peter Alexander, Rex Gildo en de Tielman Brothers maakten platen voor het label.
   Ariola had grote en internationale ambities. Nieuwe ambitieuze mensen werden aangetrokken. Wim Schipper werd directeur, Anton Witkamp adjunct-directeur. Evert Wilbrink (Negram) kreeg een belangrijke rol toebedeeld om moderne nationale en internationale popmuziek bij Ariola aan te trekken en met succes te exploiteren. Op instigatie van Witkamp stapte ook Ron Heijmans eind 1974 over van Negram naar Ariola om er, als opvolger van Bob Holwerda, de perscontacten ter hand te nemen.
 
In het gesprek maakte Heijmans duidelijk dat Bertelsmann flink investeerde in zijn platentak Ariola. “We beschikten over een grote pot geld om buitenlandse labels aan te trekken, opnamen met Nederlandse artiesten te maken en het repertoire in Nederland aan de man te brengen”.
   In Dutch Mountains is te lezen hoe voortvarend Wim Schipper en de zijnen sinds 1972 te werk gingen. “Uit een inventarisatie van labels die voor Ariola interessant zouden kunnen zijn kwamen drie maatschappijen naar voren: Chrysalis, A&M en Island. ‘We hebben gekeken wanneer die contracten zouden aflopen en zijn avances gaan maken’, aldus Anton Witkamp. ‘Het argument om met ons in zee te gaan, was dat we als kleine maatschappij veel meer aandacht voor hun repertoire zouden hebben. Omdat de betreffende maatschappijen zelf ook [nog] niet zo groot waren of klein gestart, waren ze gevoelig voor deze redenatie”.
   Ariola wist de buit volledig binnen te halen. “A&M Records werd met brute kracht van PolyGram afgesnoept. Het bod van Ariola was stukken beter. Ook Chrysalis werd op die manier binnen gehaald. Product manager Evert Wilbrink: ‘Als je geld hebt kan alles’”.
   In Dutch Mountains wordt Ariola de ‘hipste platenmaatschappij van de jaren zeventig’ genoemd. “Het bedrijf was nieuw, jong en eager”. In het boek somde Heijmans een aantal internationale artiesten op, onder wie Supertramp, Carole King, Peter Frampton, Blondie, Sex Pistols, Steely Dan, Carpenters en Gino Vannelli”. Ron: ‘Vannelli was de aardigste artiest die ik ooit meegemaakt heb”.
 
 
311 5 Ron Heijmans met Wally Tax
Ron Heijmans met Wally Tax
 
 
Met nationaal repertoire gebeurde in zekere zin hetzelfde. Er hoefde niet op de kleintjes gekeken te worden. Binnen niet al te lange tijd manifesteerde de Duitse platenmaatschappij zich met Wally Tax, Herman Brood, Anita Meijer, Lee Towers, Sweet d’Buster en Gruppo Sportivo. Het binnenhalen van die Haagse groep met Hans van den Burg was een geslaagd initiatief van Ron Heijmans.
   Zoals gezegd werd er bovendien flink geïnvesteerd in de promotie van het verworven repertoire. Een succesvolle Amerikaanse act als de Carpenters werd door Ariola overgevlogen om tijdens het Grand Gala du Disque in Nederland op te treden. Ron: “Mede door hun Engelse agent Adam Faith, de voormalige zanger, werd het tweetal van contacten met de buitenwereld afgehouden. Toch kon je al merken dat het met de gezondheid van zangeres Karen niet best gesteld was”.
 
Ron vertelde dat er zeker niet bezuinigd werd om in Hilversum goed uit de verf te komen. Bij het horeca-etablissement De Jonge Graef van Buuren werd een promotie-centrum opgezet. De horeca-rekening liep al snel zo hoog op dat er op den duur wel ingegrepen moest worden.
   Ook hierover een stukje in Dutch Mountains. “In de Jonge Graef, gerund door Rein van den Broek van Ekseption, werden de relaties veelvuldig gefêteerd. Om de markt te veroveren ging Ariola ver. Behalve gefêteerd werd er in ruil voor airplay ook rechtstreeks smeergeld betaald. ‘Ik heb dat van dichtbij zien gebeuren’, vertelde Ron Heijmans, die op de persafdeling kwam te werken. ‘Hele tuinen van mensen werden opgeknapt. Dat is wel degelijk gebeurd allemaal’”.
   Op één artiest wist Ron blijkbaar weinig indruk te maken. “Aan Herman Brood heb ik me tientallen keren opnieuw moeten voorstellen”. Maar bewonderen deed hij de artiest en zijn manager wél. “Als Herman aanspreekbaar was had hij echt wel iets zinnigs te vertellen. We waren zijn levensstijl [drugs] al wat gewend. We hadden immers ook Wally Tax. De kracht van Brood was zijn manager Koos van Dijk. Die heeft dat ongeleide projectiel al die jaren in de hand weten te houden. Koos was de enige die Herman kon vertellen: nu is het afgelopen”.
 
 
Marketing
 
 
Heijmans maakte carrière bij Ariola. Vanuit de persafdeling werkte hij zich op tot marketing-coördinator en marketing-manager. Dat was niet vrijblijvend. Ron: “Toen onze platen onvoldoende notering hadden in de zo belangrijke tipparade van Veronica, meldde ik me bij Rob Out en Lex Harding. Het gesprek dat volgde had een duidelijk karakter. Als Ariola beter voor de dag wilde komen, zeiden Rob en Lex, moest het bedrijf maar eens flink adverteren op het gedrukte exemplaar van de Top-40. De conclusie was duidelijk: wilde je verder komen met je repertoire, promotie en marketing, dan kon je niet zonder medewerking van Veronica”.
 
 
311 6 advertentie van Ariola onder de top 40   10 juni 1978
advertentie Ariola onder de top 40 – 10 juni 1978
 
 
In 1978 werd bij Ariola besloten tot een belangrijke nieuwe investering. In een boekje, door het bedrijf uitgegeven, werd afgedrukt: “Per 1 januari 1979 worden de Ariola-produkten niet meer gedistribueerd door Inelco. Vanaf die datum neemt de firma Record Service Benelux in Breda deze taak op zich.
   Deze distributie-organisatie is opgezet door Ariola en [het Amerikaanse] WEA, twee jonge platenmaatschappijen, die vanaf het begin een onstuimige groei doormaken. Beide zijn met tal van nationaal en internationaal bekende artiesten sterk vertegenwoordigd in de Benelux. Om platenhandelaren in de Benelux nog sneller en efficiënter te kunnen leveren heeft men Record Service Benelux (RSB) opgericht”.
   Om de Duits-Amerikaanse samenwerking te bekrachtigen werd maandelijks een gezamenlijk tijdschrift voor consumenten uitgegeven, The Record, boordevol informatie over de artiesten van beide platenmaatschappijen. Uiteraard was Heijmans betrokken bij het opzetten van dat blad.
 
 
311 7 omslag The Record Herman Brood
omslag The Record (eerste exemplaar, februari 1979)
 
 
Opnieuw in de bladen
 
 
De strategische zet van Ariola pakte niet goed uit. Het tijdstip was, achteraf, niet goed gekozen. De platenbusiness raakte weldra in een crisis, een neergaande spiraal die pas jaren later doorbroken werd met acties als de Platen10daagse (Ron: ‘onder leiding van Jan Gaasterland, een zeer deskundige man’) en de compact disc.
   Maar vóór de crisistijd aanbrak was Heijmans vertrokken. “Ik werd gebeld door Kluwer. Die uitgeverij had de rechten verworven om een Nederlandse versie van het Amerikaanse vakblad Billboard op te zetten en Frits Versteeg aangetrokken om die op poten te zetten. Versteeg was na jarenlange ervaring met tal van tijdschriften echter op leeftijd gekomen. Hij had te weinig binding meer met hetgeen zich op dat moment afspeelde in de platenindustrie, de omroep en de handel. Bij Kluwer had men behoefte aan een jonger iemand”.
   Ron zei ja. In feite was dat zijn afscheid van de platenindustrie. Vanaf eind jaren zeventig volgde hij de snelle ontwikkelingen intensief, maar vanaf de ‘zijlijn’. Ook in de wereld van de vakbladen vond juist in die tijd een revolutie plaats. Heijmans zat er midden in.
   In november 1979 stapte Ron over naar uitgeverij Strengholt en werd manager-hoofdredacteur van het muziekvakblad Muziek Info, dat weldra omgedoopt werd in Muziek & Beeld Info, omdat de video zijn intrede had gedaan.
 
In 1983 koos Heijmans voor beeld boven geluid en zette zelfstandig het vidseomagazine Home Fun op. Op 21 april van dat jaar wijdde het marketingblad Adformatie een artikel aan zijn activiteiten: “In een oplage van 50.000 verschijnt deze maand het eerste nummer van het maandblad Home Fun dat uitsluitend informatie verschaft over videoprogrammatuur. De consumentenuitgave is een initiatief van het nieuwe bedrijf Home Entertainment Productions in Duivendrecht. Oprichters daarvan zijn Ron Heijmans, hoofdredacteur en bladmanager van Muziek & Beeld Info, en Els Pappot, acquisitrice bij uitgeverij Strengholt. Mede-uitgever is Ad Visser. Heijmans blijft op free-lance basis redactioneel meewerken aan Muziek & Beeld Info”.
   Redacteur Pieter Bak en Rik Schoen, daarvoor als reclamemanager werkzaam bij platenmaatschappij WEA, namen de werkzaamheden van het duo bij Muziek & Beeld Info over.
 
 
Van Strengholt naar Elsevier naar Tijl
 
 
Evenals bij de platenbusiness gingen de veranderingen in de aanverwante uitgeverijwereld in sneltreinvaart door. Op verzoek van Paul Tesselaar, die vanuit de muziekindustrie bij uitgeverij Bonaventura-Elsevier was gaan opereren, werkte Ron Heijmans halverwege de jaren tachtig enkele jaren als uitgever van Oor, videomagazine Thuisbuis en de Hitkrant.
   Tevens zette hij zelf vanuit uitgeverij H en P in 1984 het vakblad Muziekmarkt op. Bij het verschijnen van het eerste nummer, op 5 april van dat jaar, zette Ron uiteen: “Muziekmarkt is ontstaan uit de sterk in de platenbranche levende behoefte aan serieuze vakgerichte informatie. Elke twee weken wordt die voortaan in dit vehikel aan U gepresenteerd door een team, waarvan de basis in het verleden heeft gewerkt aan Muziek & Beeld Info: Ron Heijmans, Els Pappot, Hette Spoelstra en Monica de Kruijff”.
   Andere medewerkers waren onder meer Jan Douwe Kroeske en Ton Vingerhoets (van de Hitkrant). In de adviesraad van het blad kon je Vingerhoets terugvinden, evenals Jan Gaasterland, Cor van Meeteren, Ruud Neerings en Bert Salden.
 
 
311 8 Muziekmarkt
Muziekmarkt
 
 
De snelle veranderingen hielden niet op. Het was, lijkt wel, ‘to be or not to be’. Heijmans werd steeds uitgenodigd een volgende stap te zetten. Met name Cees Vervoord, top-uitgever en later directeur van Buma Stemra, liet regelmatig van zich horen.
   Begin 1986 kon je in de rubriek ‘personalia’ van Boekblad lezen: “Per 1 april treedt Ron Heijmans (38) in dienst bij Tijl tijdschriften in Amsterdam als uitgever van ‘Arts en Auto’, ‘Film en TV Maker’, ‘Karwei’, ‘Keuken en Badtechniek’ en ‘Installateursinfo’. Heijmans is sinds 1 juli 1984 in dienst bij Bonaventura als uitgever van Thuisbuis, Oor en Hitkrant. Daarvoor gaf hij in zijn eigen uitgeverij H en P de bladen Homefun en Muziekmarkt uit”.
   Bij Tijl (later Wegener) was Ron opnieuw in de weer met het opzetten van een vakblad op het terrein van entertainment, muziekindustrie en de media. Dat leidde in 1990 tot het opzetten van iMediate, een eigen bedrijf dat zich profileerde als ‘brandstof voor een branche in beweging’. In een uitgebreide folder die Heijmans maakte maakte hij duidelijk: “Vernieuwingen, veranderingen, trends en revoluties komen in weinig branches met zo’n hoge snelheid voorbij als in de media en entertainmentwereld. Voor een branche in beweging is informatie een onmisbare brandstof. Maar dan wel informatie die gebaseerd is op kennis, overzicht en ervaring. Alleen een organisatie die de mensen en mechanismen van dichtbij kent, alle ontwikkelingen op de voet kan volgen en waar mogelijk zelf initiatieven neemt, kan voor de brandstof zorgen”.
 
 
Entertainment Business
 
 
In zijn nieuwe bedrijf, dat tevens het blad Muziek & Beeld Info nieuw leven inblies, ging Ron steeds meer samenwerken met Joost Driessen, die eerder de perscontacten van platenmaatschappij Polydor verzorgd had. “Maandenlang heb ik met hem moeten delibereren over het aanvaarden van de hoofdredactiefunctie bij Muziek & Beeld, maar uiteindelijk voelde hij zich al snel als een vis in het water. Hij heeft een kwaliteitsimpuls aan het blad gegeven. Later ook als uitgever en na een tijdje is hij mijn compagnon in iMediate geworden. Een van de belangrijkste beslissingen die ik in mijn carrière genomen heb, is het aannemen van Joost Driessen geweest”.
 
 
311 9 Joost Driessen en Ron Heijmans 1991
Joost Driessen en Ron Heijmans (1991)
 
 
Driessen is inmiddels de opvolger, de erfgenaam, van Ron Heijmans geworden. Hij is tevens uitgever van Entertainment Business, een blad waarvan je de activiteiten (hier) gedeeltelijk op het internet kunt volgen. En Ron Heijmans heeft zijn kennis en ervaringen, zoals in het begin van dit artikel al te lezen was, kunnen inzetten door het geven van adviezen aan Peter Voskuil, auteur en uitgever van Dutch Mountains, het recent verschenen boek over de platenindustrie.
 
Harry Knipschild
13 november 2017
 
Clips
 
 
Literatuur
Skip Voogd, ‘Roy Orbison’, in Sjout. Met tienersterren praten, Den Haag 1965
‘Double R Show’, 18 november 1967, onbekende krant
Paul Witteman, ‘Loeloe is anders. Nieuw weekblad voor jongeren’, Tijd, 31 maart 1971
‘Radio Veronica nog opvallend aanwezig’, Nieuwsblad van het Noorden, 19 oktober 1974
‘Ariola draaiboek’, 1978
‘Heijmans begint blad over videoprogramma’s: Home Fun’, Adformatie 21 april 1983
‘Nieuw vakblad platenindustrie’, Adformatie, 8 maart 1984
Ron Heijmans, ‘Hallo’, Muziekmarkt, 15 april 1984
‘Personalia’, Boekblad, 21 februari 1986
Johan Brinkman, ‘Muziek en Beeld Media draait op volle toeren’, Gooi- en Eemlander, 20 december 1991
Peter Voskuil, Dutch Mountains, Amsterdam 2017